ECLI:NL:PHR:2015:2099
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte wegens niet tijdig indienen cassatiemiddelen
Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweld, poging tot medeplegen van gekwalificeerde doodslag en medeplegen van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof kende gedeeltelijk schadevergoeding toe aan benadeelde partijen en besliste over beslag.
Verdachte stelde beroep in cassatie in, maar heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zestig dagen na aanzegging schriftuur houdende middelen ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Procureur-Generaal concludeert daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak in cassatie geweest vanwege het ontbreken van tijdige middelen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.