ECLI:NL:PHR:2015:2112

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
14/04769
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Verdachte is door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaar en een werkstraf van zestig uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis. Tegen dit vonnis is beroep in cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op 17 oktober 2014 persoonlijk aan verdachte betekend. De wettelijke termijn voor het indienen van schriftelijke middelen van cassatie liep af op 16 december 2014.

Binnen deze termijn zijn echter geen schriftelijke middelen ingediend door of namens verdachte. Hierdoor kan verdachte niet ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

Er is sprake van samenhang met andere zaken, maar deze conclusie betreft specifiek de niet-ontvankelijkheid wegens het niet naleven van de termijnen voor het indienen van middelen. De zaak betreft een Antilliaanse zaak en de uitspraak is gedaan op 8 september 2015.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 14/04769
Zitting: 8 september 2015
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Verdachte is bij arrest van 27 maart 2014 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden met een proeftijd van drie jaren en tot een werkstraf van zestig uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
Er bestaat samenhang met de zaken 14/02040, 14/04768 en 14/04772. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 17 oktober 2014 in persoon aan verdachte betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 16 december 2014. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG