ECLI:NL:PHR:2015:2113
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevestigde op 3 april 2014 het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Curaçao van 21 oktober 2013, waarbij verdachte werd veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.
Tegen dit vonnis stelde verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 5 november 2014 betekend, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftelijke middelen op 5 januari 2015 afliep.
Binnen deze termijn werden geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman van verdachte. Hierdoor kan verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.