ECLI:NL:PHR:2015:2113

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2015
Publicatiedatum
15 oktober 2015
Zaaknummer
14/04772
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevestigde op 3 april 2014 het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Curaçao van 21 oktober 2013, waarbij verdachte werd veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.

Tegen dit vonnis stelde verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De aanzegging van het cassatieberoep werd op 5 november 2014 betekend, waarna de termijn van twee maanden voor het indienen van schriftelijke middelen op 5 januari 2015 afliep.

Binnen deze termijn werden geen middelen van cassatie ingediend door een raadsman van verdachte. Hierdoor kan verdachte niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen op grond van artikel 437 lid 2 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het cassatieberoep.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 14/04772
Zitting: 8 september 2015
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[verdachte]
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, heeft bij vonnis van 3 april 2014 het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 21 oktober 2013 bevestigd waarbij de verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf.
Er bestaat samenhang met de zaken 14/02040, 14/04768 en 14/04769. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
Tegen deze uitspraak is namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De aanzegging als bedoeld in art. 435 Sv Pro is op 5 november 2014 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 5 januari 2015. Er is gedurende deze termijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv Pro niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG