ECLI:NL:PHR:2015:2128
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken vereiste verklaring
Verzoeker diende een verzoek in tot toelating tot de schuldsaneringsregeling nadat een derde faillissement had aangevraagd. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verklaring die voldoet aan art. 285 lid 1 aanhef Pro en onder f Fw. Verzoeker had weliswaar een verklaring van zijn advocaat, maar deze voldeed niet aan de wettelijke eisen.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof baseerde zich op een verklaring van de advocaat, hoewel het verzoekschrift zelf niet was overgelegd. Verzoeker betwistte dit niet. Het hof wees ook op de mogelijkheid van herstel, maar gaf geen termijn daarvoor.
In cassatie voerde verzoeker aan dat de advocaat gehinderd was doordat het procesdossier niet tijdig werd verstrekt en dat het falen van de kredietbank niet aan hem kon worden toegerekend. De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van de verklaring terecht tot niet-ontvankelijkheid leidt. Het hof had een discretionaire bevoegdheid tot herstel, maar het niet verlenen van een termijn was niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste verklaring.