ECLI:NL:PHR:2015:2189
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens ontbreken pleitnotitie in hoger beroep
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. In hoger beroep werd op 24 januari 2014 een pleitnotitie door de raadsman van de verdachte genoemd, maar deze bleek niet te zijn overgelegd bij de stukken die aan de Hoge Raad werden toegezonden.
De raadsman van de verdachte stelde dat het ontbreken van de pleitnotitie tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak moest leiden, omdat niet kon worden vastgesteld of er verweren waren gevoerd die niet in het arrest waren opgenomen. De Hoge Raad heeft nadere informatie ingewonnen en vernomen dat er abusievelijk was vermeld dat een pleitnotitie was overgelegd, terwijl dat niet het geval was.
Daarmee ontbrak de feitelijke grondslag van het middel. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalt en verwierp het cassatieberoep. Er waren geen gronden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. De conclusie van de Procureur-Generaal was tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens het ontbreken van de pleitnotitie, waardoor het middel geen feitelijke grondslag heeft.