Conclusie
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod”en 2.
“diefstal, door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
tweede middel)dat zich richt tegen het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het hof dat de inleidende dagvaarding rechtsgeldig is betekend.
“niemand aanwezig of bereid was om de brief aan te nemen”. Uit dezelfde akte blijkt ook dat op de voet van art. 588, derde lid onder b, Sv geen uitreiking aan de verdachte heeft kunnen plaatsvinden. Ter terechtzitting in eerste aanleg van 5 juni 2012 is de verdachte niet verschenen en verklaarde de raadsman niet uitdrukkelijk door de verdachte te zijn gemachtigd om de verdediging te voeren. De rechtbank heeft hierop verstek verleend tegen de verdachte en de verdachte veroordeeld voor – kort gezegd – het medeplegen van hennepteelt en diefstal van elektriciteit.
NJ2002/317 het volgende:
7.Het tweedemiddel faalt.
8.Het eerstemiddel keert zich tegen de bewezenverklaring.
medeplegen” ontoereikend is gemotiveerd.
faciliterend” heeft opgetreden maar dat hij opzettelijk en in nauwe en bewuste samenwerking met anderen hennepplanten heeft geteeld. De eerste klacht faalt.
eerstemiddel slaagt ten dele. De overige klachten falen en kunnen met de aan art. 81 RO Pro ontleende motivering worden afgedaan.