ECLI:NL:PHR:2015:2223

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
30 oktober 2015
Publicatiedatum
9 november 2015
Zaaknummer
15/03915
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 184 lid 1 FwArt. 187 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid in verzet en cassatie tegen uitdelingslijst in faillissement

In deze zaak staat de ontvankelijkheid centraal van partijen die verzet aantekenen tegen een uitdelingslijst in faillissement en het instellen van cassatie tegen de beschikking van niet-ontvankelijkheid van dat verzet.

[Verzoeker 2], gefailleerde, tekende verzet aan tegen de uitdelingslijst die door de curator was gedeponeerd. De rechtbank verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk omdat volgens artikel 184 Fw Pro alleen schuldeisers verzet kunnen instellen. Zowel [verzoeker 2] als Tyrenet, een schuldeiser, kwamen in cassatie tegen deze beslissing.

De Hoge Raad bevestigt dat volgens de wet het verzetrecht exclusief aan schuldeisers toekomt en dat een gefailleerde dit recht niet heeft, ook niet bij indirect belang. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat hoewel schuldeisers in cassatie kunnen tegen beschikkingen over verzet, Tyrenet geen belang heeft bij cassatie tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzet van [verzoeker 2]. Daarom worden beide cassatieberoepen niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van zowel de gefailleerde als de schuldeiser niet-ontvankelijk.

Conclusie

15/03915
Mr. L. Timmerman
Zitting 30 oktober 2015
Conclusie inzake:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Tyrenet Midden-Nederland B.V., gevestigd te Heinekerzand,
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats],
(hierna: ‘Tyrenet’ en ‘[verzoeker 2]’)
verzoekers tot cassatie,
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. [verzoeker 2] heeft bij verzetschrift van 8 mei 2015 verzet aangetekend tegen de op 28 april 2015 in zijn faillissement gedeponeerde uitdelingslijst. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het door [verzoeker 2] ingestelde verzet bij beschikking van 13 augustus 2015 niet-ontvankelijk verklaard.
2. Tyrenet en [verzoeker 2] zijn daartegen tijdig in cassatie gekomen.
3. Tyrenet en [verzoeker 2] voeren aan dat de door de curator goedgekeurde uitdelingslijst informatie bevat die onjuist is. Tyrenet en [verzoeker 2] stellen dat zij belang hebben om daartegen op te komen.
4. [verzoeker 2] heeft aangevoerd ontvankelijk te zijn in zijn cassatieberoep omdat is aangetoond dat diverse schulden onjuist in de uitdelingslijst zijn opgenomen. Door [verzoeker 2] als gefailleerde het recht om op te komen tegen de uitdelingslijst te ontzeggen wordt hem zijn recht op adequate rechtsbescherming onthouden.
5. Op grond van artikel 184 Fw Pro is de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen de uitdelingslijst voorbehouden aan de schuldeisers. Aangezien [verzoeker 2] geen schuldeiser is in de zin van artikel 184 Fw Pro heeft hij deze mogelijkheid niet. Dat [verzoeker 2] een indirect belang heeft bij de samenstelling van de uitdelingslijst maakt dat niet anders. De rechtbank heeft dan ook op juiste gronden geoordeeld dat het door [verzoeker 2] ingestelde verzet niet-ontvankelijk is. [verzoeker 2] dient daarom eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard in het door hem ingestelde cassatieberoep.
6. Tyrenet betoogt dat zij als schuldeiser op grond van artikel 187 lid 1 Fw Pro, waarin is bepaald dat door iedere schuldeiser beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank, ontvankelijk is in haar cassatieberoep.
7. Artikel 187 lid 1 Fw Pro bepaalt dat tegen een beschikking van de rechtbank met betrekking tot artikel 184 Fw Pro beroep in cassatie openstaat voor zowel de curator als ieder van de schuldeisers. Aangezien Tyrenet als schuldeiser op de uitdelingslijst is vermeld, kan zij in beginsel een cassatieberoep instellen, ook al was zij geen partij in de verzetprocedure. De ratio van die bepaling is dat een schuldeiser door de beslissing in de verzetprocedure alsnog in zijn belang kan zijn getroffen. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. De betreffende beschikking waartegen beroep in cassatie is ingesteld betreft de niet-ontvankelijk verklaring van [verzoeker 2]. Tyrenet heeft geen belang om daartegen op te komen en dient daarom eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G