Een luchtgeweer heeft altijd iets weg van een vuurwapen. Het heeft per slot van rekening een kolf, een trekker en een loop. Oppervlakkige beschouwing kan een leek dus snel tot de conclusie doen komen dat het ding een vuurwapen zou kunnen zijn. De gelijkenis is echter oppervlakkig en zeker niet sprekend, zoals de RWM stelt.
Van een "sprekende" gelijkenis zou gesproken kunnen worden als het wapen bepaalde duidelijk zichtbare uiterlijke eigenschappen heeft die echt bedoeld zijn om het op een vuurwapen te laten lijken. Dat is zeker het geval als die uiterlijke eigenschappen of details geen functie hebben bij het gebruik van het wapen als luchtgeweer. We kunnen hierbij denken aan spangroeven, een bovenzijde in de vorm van een slede, een uitwerpopening, dummy patronen, een niet functionele veiligheidspal, een magazijnpal, een magazijn of een sledevangpal. Het is niet voldoende als een luchtgeweer een algehele vorm heeft die aan een vuurwapen doet denken. Dat geldt namelijk voor alle luchtgeweren, zelfs de wedstrijdwapens die bij de Olympische spelen worden gebruikt. Het moet een sprekende gelijkenis zijn.
Het is echter ook weer niet zo dat een luchtgeweer precies op een met naam en toenaam te benoemen vuurwapen moet lijken.
Zoals gesteld kan de algemene vorm van een luchtdrukwapen vaak niet als criterium gebruikt worden om te bepalen of het op een vuurwapen lijkt. Bij zowel vuurwapens als luchtdrukwapens is sprake van "form follows function". Aangezien vuur- en luchtdrukgeweren op dezelfde wijze gebruikt worden (schieten vanaf de schouder) bepaalt de ergonomie van het lichaam (schouderbreedte, armlengte, afstand van de schouder tot het oog, formaat van de handen) hoe de kolf er uit zal zien. Dat er dan enige gelijkenis ontstaat is onvermijdelijk. Per slot van rekening zijn het beide "geweren".
De loop van een luchtdrukwapen is, net zoals die van een vuurwapen, niet veel meer dan een buis en een trekker is in beide gevallen noodzakelijk om het wapen te bedienen. Voor wat deze zaken betreft is het nagenoeg onmogelijk om grote verschillen te maken. Dat is al vanaf de eerste luchtgeweren (gebouwd rond 1600) het geval.
Vaak wordt dan ook bij het determineren of een luchtdrukwapen onder cat 1 valt gekeken naar details. Zo wordt soms al snel gesteld dat een luchtdrukwapen een spanhendeltje heeft dat iets weg heeft van een grendel van een geweer, ook al is er verschil qua afmetingen, en dat het dus op dat geweer lijkt.
Wat echter ook in de overweging meegenomen moet worden zijn details die juist de verschillen benadrukken. We kunnen hierbij denken aan een spanhefboom, een duidelijk
zichtbare drukfles, een houdertje voor diabolo kogeltjes of een manometer. Dit zijn allemaal onderdelen die alleen bij luchtdrukwapens voorkomen en zeker niet bij vuurwapens. Deze maken het dus mogelijk om de wapens van elkaar te onderscheiden. Deze zaken blijven vaak onderbelicht, terwijl ze net zo belangrijk zijn als de onderdelen die de gelijkenis benadrukken.
Het is ook van belang dat, bij het vergelijken, beide voorwerpen (het luchtdrukwapen en het vuurwapen) naast elkaar gehouden worden. Het is niet voldoende om foto's met alleen een zijaanzicht met elkaar te vergelijken. Geweren zijn driedimensionale voorwerpen dus de gelijkenis moet ook driedimensionaal bekeken worden.
Een belangrijke overweging daarbij is dat een zijaanzicht van een geweer niet alle relevante details toont. Heel belangrijk is het aanzicht vanaf de monding. Per slot van rekening zal dreigen met het wapen toch meestal gebeuren door het wapen op iemand te richten. Ook de andere aanzichten zijn echter van belang omdat zich daar soms details bevinden die de vermeende gelijkenis teniet doen.