Conclusie
“wildplassen”is veroordeeld tot een geldboete van € 120,- te vervangen door twee dagen hechtenis.
eerste middelklaagt dat de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in het hoger beroep niet zonder meer begrijpelijk is, omdat de kantonrechter het onderzoek ter terechtzitting had moeten schorsen.
thans gedetineerd in/bij: P.I. Noord Holland Noord – HvB Zwaag”.
nietin een Nederlandse penitentiaire inrichting verbleef. Het daarvan - dienovereenkomstig - opgemaakte formulier bevindt zich bij de stukken die op de voet van art. 435, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad zijn gezonden. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de verdachte op de dag van de terechtzitting niet was gedetineerd is dus (ook zonder nadere motivering) niet-onbegrijpelijk.
tweede middelklaagt dat geen afschrift van de appeldagvaarding is toegezonden aan het adres dat de verdachte had opgegeven bij het instellen van hoger beroep, zodat het hof de terechtzitting had moeten schorsen.
1A”. [1] Uit de akte blijkt dat op 1 juli 2014 een afschrift van de appeldagvaarding is toegezonden aan IJsbaanpad 9, 1076 CV Amsterdam dat op het dubbel van deze dagvaarding is vermeld. Dit is het adres dat de verdachte heeft opgegeven bij het instellen van hoger beroep, zoals is bedoeld in art. 588a, eerste lid onder c, Sv.
derde middelklaagt dat de dagvaardingstermijn die is voorgeschreven in art. 413 Sv Pro niet is nagekomen zodat het hof de terechtzitting van het hof ten onrechte niet heeft geschorst.