AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring diefstal elektriciteit en gas bij alleen aansluiten voorzieningen
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde verdachte voor diefstal van elektriciteit en gas, het beschadigen van elektriciteits- en gasleidingen en legde een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf op. Verdachte had na afsluiting van de elektriciteit en gasvoorzieningen van de woning van zijn ex-partner deze voorzieningen illegaal weer aangesloten, waardoor zijn ex-partner en kinderen elektriciteit en gas konden gebruiken.
Verdachte stelde in hoger beroep dat hij zelf geen elektriciteit of gas had gebruikt en slechts gelegenheid had gegeven aan zijn ex-partner om deze te gebruiken, en dat hij geen oogmerk had op wederrechtelijke toe-eigening. Het hof achtte echter bewezen dat verdachte door het aansluiten van de voorzieningen de elektriciteit en het gas had weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.
De Hoge Raad oordeelt dat het enkele aansluiten van afgesloten elektriciteits- en gasvoorzieningen niet gelijkstaat aan het wegnemen van elektriciteit en gas in de zin van art. 310 SrPro. Het wegnemen vereist dat de verdachte zich de feitelijke heerschappij over het goed heeft verschaft of het aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken. Omdat verdachte zelf geen elektriciteit of gas heeft verbruikt en medeplegen niet was bewezen, kan niet worden aangenomen dat hij diefstal heeft gepleegd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring van diefstal betreft, evenals de strafoplegging en de schadevergoedingsmaatregel. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring diefstal elektriciteit en gas wegens ontbreken van feitelijke heerschappij door verdachte.
Conclusie
Nr. 14/05421
Zitting: 29 september 2015
Mr. Knigge
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft verdachte bij arrest van 13 oktober 2014 wegens “diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking” (feit 1), “opzettelijk een elektriciteitswerk beschadigen, terwijl daardoor levensgevaar voor een ander te duchten is” (feit 2) en “opzettelijk enig werk, dienende tot gasleiding beschadigen, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is” (feit 3) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis. Tevens heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij Stedin Netbeheer toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, op de wijze vermeld in het arrest.
2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld.
3. Namens verdachte heeft mr. M. Berndsen, advocaat te Utrecht, een middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel
4.1. Het middel klaagt over de bewezenverklaring van feit 1. Aangevoerd wordt dat het kennelijke oordeel van het Hof dat het mogelijk maken van het wegnemen van elektriciteit en gas door een ander reeds geldt als wegnemen door verdachte, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.
4.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 september 2014 houdt onder meer het volgende in:
“Verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - : (…) Ik ben van mening dat geen sprake is van diefstal. Ik heb geen stroom gestolen want ik woon helemaal niet aan de [a-straat 1] te Houten. Ik sloot alleen de elektriciteit aan en daarna ging ik weer weg. (…) Ik heb zelf geen voordeel gehad bij de aansluitingen. Ik help mijn ex wanneer zij mij nodig heeft. (…) Mijn ex heeft er voordeel van gehad, ik niet.
(…)
De raadsman voert aan - zakelijk weergegeven - : Mijns inziens moet mijn cliënt worden vrijgesproken. (…) Ten aanzien van feit 1, de diefstal, geldt dat mijn cliënt niet het oogmerk had op wederrechtelijke toe-eigening. (…) Mijn cliënt vernam dat zijn ex en kinderen waren afgesloten van de voorzieningen. Hij heeft de boel hersteld maar de energie was niet voor hemzelf bedoeld. De vraag is of je iets kunt stelen voor een ander en of hij als heer en meester over het goed heeft beschikt. (…) Mijn cliënt heeft een ander de gelegenheid gegeven om elektriciteit en gas te laten wegnemen. (…) Mevrouw nam weg en mijn cliënt heeft daartoe alleen gelegenheid verschaft. Gelet hierop moet mijn cliënt worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.”
4.3. Desondanks is onder feit 1 bewezen verklaard dat verdachte:
“op tijdstippen in de periode van omstreeks 17 november 2009 tot en met 19 april 2013 te Houten met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan de [a-straat 1] te Houten heeft weggenomen 20.356 kWh elektriciteit en 3.556 m3 gas toebehorende aan Stedin Netbeheer BV waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van verbreking.”
4.4. Deze bewezenverklaring steunt kort gezegd op de in de gebezigde bewijsmiddelen vervatte redengevende feiten en omstandigheden dat verdachte, nadat de woning van zijn ex-vriendin was afgesloten van elektriciteit en gas, tot twee maal toe zelf deze voorzieningen weer heeft aangesloten terwijl hij wist dat dit niet mocht.
4.5. In reactie op het gevoerde verweer heeft het Hof de volgende overweging gewijd aan het bewijs van feit 1:
“Verdachte heeft, door - nadat de elektriciteitsmaatschappij de elektriciteit en het gas in de woning aan de [a-straat 1] te Houten had afgesloten - werkzaamheden te verrichten waardoor illegaal elektriciteit en gas kon worden afgenomen, wegnemingshandelingen verricht. Het feit dat ten gevolge van die werkzaamheden niet verdachte zelf, doch zijn ex-partner en kinderen konden profiteren van de weggenomen elektriciteit en het gas maakt niet dat geen sprake was van wederrechtelijke toe-eigening. Het verweer wordt verworpen.”
4.6. Voor een bewezenverklaring van diefstal is niet nodig dat de verdachte de eigendom over het goed zelf wil behouden, omdat het ‘oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening’ ook omvat de situatie dat men een goed steelt met de bedoeling om het direct na de diefstal aan een ander ter beschikking te stellen. [1] Zelfs is niet nodig dat de verdachte zich de feitelijke heerschappij over het goed heeft verschaft, omdat van ‘wegnemen’ ook sprake is als de verdachte het goed aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrekt. [2] Maar wel is in alle gevallen van plegen vereist dat de verdachte het goed zelf heeft weggenomen. Hij moet zich dus de feitelijke heerschappij over het goed hebben verschaft dan wel dit aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende hebben onttrokken.
4.7. Het oordeel van het Hof in de onderhavige zaak komt erop neer dat reeds op het moment dat verdachte zonder toestemming de gas- en elektravoorzieningen aansloot, dus nog voordat een lichtschakelaar werd omgezet of het gasfornuis in gebruik werd genomen, sprake was van een zodanige onttrekking van elektriciteit en gas aan de feitelijke heerschappij van de netbeheerder dat daarmee de wegneming was voltooid. Dit oordeel kan ik niet onderschrijven. Verdachte heeft weliswaar het illegaal gebruik van elektriciteit en gas door zijn ex-partner en kinderen mogelijk gemaakt door de afgesloten voorzieningen weer aan te sluiten, maar deze faciliterende handelingen leiden op zichzelf beschouwd niet tot de conclusie dat verdachte zich de feitelijke heerschappij over het in de jaren daarna verbruikte gas en elektriciteit heeft verschaft noch tot de conclusie dat hij het is geweest die dat verbruikte gas en elektriciteit aan de heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken. Een en ander zou anders kunnen liggen indien en voor zover gezegd kan worden dat de verdachte het gas of de elektriciteit zelf heeft gebruikt, maar daarvan blijkt uit de bewijsmiddelen niets. [3] Anders zou het ook kunnen liggen als medeplegen was bewezenverklaard, maar dit onderdeel van de tenlastelegging is door het Hof nu juist uit de bewezenverklaring weggestreept, terwijl uit de bewijsmiddelen ook niet direct van de vereiste nauwe samenwerking blijkt.
4.8. Het middel slaagt.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit, de beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging, en in zoverre tot zodanige op art. 440 SvPro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG
Voetnoten
1.Zie E.J. Hofstee in Noyon/Langemeijer/Remmelink, Wetboek van Strafrecht, aant. 6 bij art. 310 SrPro (bijgewerkt tot 12 december 2014).
3.Vgl. HR 14 februari 1938, NJ 1938, 731, waarin de verdachte elektriciteit had weggenomen ten behoeve van het aandrijven van werktuigen in de werkplaats waarover hijzelf het beheer en de leiding voerde.