Conclusie
Inleiding
vijfde griefin het principaal [appel] bestrijdt [eiseres] met een scala aan argumenten haar door de kantonrechter aangenomen gebondenheid aan de Duisenberg-regeling. Het hof volgt [eiseres] hierin niet. Artikel 6 noch Pro artikel 13 EVRM Pro staan aan de gebondenheid van [eiseres] aan de Duisenberg-regeling in de weg, evenmin als artikel 1 van Pro het eerste Protocol EVRM en de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. (…) Ten slotte acht het hof toepassing van de Duisenberg-regeling in dit geval ook niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, nu [eiseres] zich daarvoor onvoldoende op concreet op haar situatie toegespitste omstandigheden heeft beroepen.”
negende griefbetwist [eiseres] dat zij aan de Duisenberg-regeling is gebonden omdat zij daar geen weet van had. Deze stelling gaat niet op omdat ingevolge de beschikking van het hof van 25 januari 2007 de Duisenberg-regeling algemeen verbindend is verklaard, ongeacht of een betrokkene van die regeling en de verbindendverklaring kennis draagt of niet.”
Het cassatiemiddel
tenzijhet beding bepaalt “dat de gebruiker het hem door de wederpartij opgegeven adres als zodanig mag blijven beschouwen totdat hem een nieuw adres is meegedeeld”. Dit laatste is nu juist hetgeen het gewraakte artikel 9 van Pro de bijzondere voorwaarden effectenlease bepaalt.
niettenminste één keer zich tot een onafhankelijke rechter heeft kunnen wenden. Deze leden vragen of het met het oog hierop geen aanbeveling zou verdienen deze benadeelden een (beperkte) mogelijkheid te geven alsnog een beroep op de opt out-regeling te doen, zoals F.B. Falkena en M.F.J. Haak in AV&S 2004, p. 202 suggereren.
nietdaarvan afhankelijk of hij de bekendmaking buiten zijn schuld heeft gemist, maar of de bekendmaking op een behoorlijke wijze is geschied. (…) De hier aan de orde gestelde situatie is overigens in essentie niet anders dan bij een normale verzoekschriftprocedure waarbij ook een oproeping een belanghebbende buiten zijn schuld niet kan bereiken. Ook in dat geval kan hij niet door de rechter gehoord worden.
nietdaarvan afhankelijk is of de benadeelde de bekendmaking buiten zijn schuld heeft gemist, maar of de bekendmaking op een behoorlijke wijze is geschied.
Lithgow and Others v. the United Kingdom). In the present case, the legislative change resulting from the Federal Constitutional Court’s decision affected the position of numerous lawyers. The Court considers that, given the practical implications, the Federal Constitutional Court had sufficiently fulfilled the requirements of Article 6 of the Convention by hearing associations defending the professional interests of lawyers on all matters including the transitional arrangements.”