ECLI:NL:PHR:2015:2331
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
De rechtbank Amsterdam wees het verzoek van verzoekster tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan van haar schulden. Dit vonnis werd bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam, dat oordeelde dat verzoekster onder meer te laat wijzigingen in haar inkomen had doorgegeven aan de Belastingdienst en geen aangifte inkomstenbelasting had gedaan over 2011 en 2012, waardoor zij een aanzienlijke belastingschuld had opgebouwd.
Verzoekster voerde aan dat zij niet wist dat zij geen recht had op de toeslagen en dat haar ex-vriend verantwoordelijk was voor bepaalde boetes, maar het hof achtte haar verantwoordelijk voor de schulden omdat de voertuigen op haar naam stonden en zij onvoldoende maatregelen had genomen om verdere boetes te voorkomen. Hoewel verzoekster haar leven probeert te stabiliseren en financiële hulp ontvangt, vond het hof dat dit nog onvoldoende was om nakoming van de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te waarborgen.
In cassatie stelde verzoekster dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom haar verzoek was afgewezen en dat de beoordelingscriteria niet limitatief waren. De procureur-generaal concludeerde echter dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de afwijzingsgronden terecht waren toegepast. De klachten konden niet tot cassatie leiden.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken van goede trouw.