ECLI:NL:PHR:2015:2361
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt medeplichtigheidsveroordeling wegens onvoldoende bewijs voor opzet bij hennepteelt
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplichtigheid aan hennepteelt in een pand te 's-Gravenhage, waarbij hij opruimwerkzaamheden had verricht na een oogst. Het hof had verdachte veroordeeld op grond van het oordeel dat het opruimen na een oogst gelijk stond aan het voorbereiden van een volgende oogst, en dat verdachte had moeten weten dat hij daarmee opzettelijk behulpzaam was.
De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk opzet had op het gronddelict. De enkele omstandigheid dat verdachte 'had moeten weten' dat hij opruimde met het oog op een volgende teelt, is onvoldoende om voorwaardelijk opzet aan te nemen. Het hof had niet duidelijk gemaakt of de kans op een volgende teelt aanmerkelijk was en of verdachte die kans bewust heeft aanvaard.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling. De zaak betreft een belangrijke nuance in de beoordeling van medeplichtigheid en opzet bij hennepteelt, waarbij het onderscheid tussen behulpzaamheid achteraf en voorbereidingshandelingen centraal staat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug wegens onvoldoende bewijs voor opzet bij medeplichtigheid aan hennepteelt.