ECLI:NL:PHR:2015:2444

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2015
Publicatiedatum
22 december 2015
Zaaknummer
14/01887
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588a SvArt. 588 lid 3 sub c Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-ontvankelijkheid hoger beroep door adresvermelding in volmacht

Op 10 januari 2014 verklaarde het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk omdat geen schriftuur met grieven was ingediend binnen de gestelde termijn. Verdachte stelde cassatie in en diende een schriftuur in met twee middelen van cassatie.

Het eerste middel betrof een schending van artikel 588a lid 1 onder c Sv door het hof, omdat het hof het kantooradres van de advocaat vermeld in de bijzondere schriftelijke volmacht als het adres van verdachte aanzag, terwijl dit niet als zodanig geldt. Het hof had moeten onderzoeken of het onderzoek ter terechtzitting geschorst moest worden om verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit verzuim heeft begaan, waardoor het onderzoek ter terechtzitting nietig is en de uitspraak vernietigd moet worden. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Een tweede middel over de redelijke termijn in cassatie behoeft geen bespreking omdat het hof bij hernieuwde beoordeling hiermee rekening zal houden.

De conclusie van de Procureur-Generaal ondersteunt deze vernietiging en terugwijzing.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.

Conclusie

Nr. 14/01887
Mr. Machielse
Zitting 3 november 2015
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Op 10 januari 2014 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het hoger beroep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet binnen veertien dagen na het instellen van het hoger beroep een schriftuur met grieven heeft ingediend, noch mondeling bezwaren tegen het vonnis heeft opgegeven.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte de zaak heeft afgedaan omdat artikel 588a lid 1 onder c Sv is geschonden.
3.2. Het hoger beroep is ingesteld door een advocaat middels een bijzondere schriftelijke volmacht aan de griffie van de rechtbank. In de volmacht schrijft de advocaat dat het afschrift van de appeldagvaarding kan worden gezonden naar het adres [b-straat 1], [plaats]. [1] De appeldagvaarding is uitgereikt overeenkomstig het bepaalde in artikel 588, lid 3 onder c, Sv.
3.3. De vermelding in de schriftelijke volmacht van het adres van de raadsman van de verdachte, [b-straat 1], [plaats], kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als de opgave van een adres in de zin van artikel 588a, eerste lid aanhef en onder c, Sv waaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. Uit de stukken van het geding kan niet blijken dat een afschrift van de appeldagvaarding aan dit adres is toegezonden, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dit niet is geschied. Evenmin houden de stukken iets in waaruit kan volgen dat die verzending ingevolge het derde lid van artikel 588a Sv achterwege kon blijven. Daarom had het hof ervan blijk moeten geven te hebben onderzocht of er reden was het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de terechtzitting tegenwoordig te zijn. Van een zodanig onderzoek blijkt niet. Dat verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak. [2]
Het eerste middel is gegrond.
4.1. Het tweede middel [3] klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat het dossier, nadat op de 9 april 2014 cassatie is ingesteld, eerst op 27 maart 2015 ter griffie van de Hoge Raad is ontvangen.
4.2. Dit middel behoeft geen bespreking omdat het hof, dat na vernietiging van het bestreden arrest de zaak opnieuw zal hebben te beoordelen, bij een eventuele strafoplegging met de schending van de redelijke termijn in de cassatiefase rekening zal dienen te houden.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.In de cassatieschriftuur is ten onrechte sprake van het adres [b-straat 1], [plaats].
2.HR 3 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1569.
3.In de schriftuur aangeduid als "MIDDEL III".