Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de oproeping in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak staat de geldigheid van de betekening van de appeldagvaarding centraal. Verdachte stelde in cassatie dat de dagvaarding niet aan hem persoonlijk was uitgereikt en dat hij niet degene was die de akte van uitreiking had ondertekend. Ter onderbouwing werd een paspoortkopie overgelegd waarvan het nummer en de handtekening niet overeenkwamen met die op de akte van uitreiking.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie dat een cassatieklacht over betekening slechts kan steunen op gegevens uit het geding of betrouwbare, nieuw overgelegde stukken. Gelet hierop acht de Hoge Raad het aannemelijk dat de dagvaarding niet rechtsgeldig aan verdachte is betekend, omdat de handtekening en paspoortnummer op de akte niet van verdachte zijn.
Daarom verklaart de Hoge Raad de betekening van de appeldagvaarding nietig en vernietigt het de bestreden uitspraak. Dit betekent dat de procedure in hoger beroep niet rechtsgeldig kon worden voortgezet. De zaak betreft een veroordeling wegens beschadiging van enig goed, waarbij het hof eerder verstek verleende tegen verdachte die niet op de terechtzitting verscheen.
De Hoge Raad overweegt verder dat er geen gronden zijn om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen. De conclusie strekt tot nietigverklaring van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep en vernietiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de betekening van de appeldagvaarding nietig en vernietigt het arrest van het hof.