Conclusie
Cliënt wenst zich namelijk, op zeer goede gronden, niet neer te leggen bij dit vonnis en verzocht zijn toenmalig advocaat om namens hem appel in te stellen. Daar heeft hij het niet bij gelaten; hij heeft zelfs bij zijn toenmalig advocaat geverifieerd of aan dat verzoek ook daadwerkelijk gevolg was gegeven.
"naar aanleiding van het door ons ingesteld rechtsmiddel". Ik vertrouw u bekend met de inhoud van dat emailbericht. In januari 2014 heeft er ook daadwerkelijk een gesprek op kantoor plaatsgevonden waarin het vonnis en de te volgen strategie voor appel zijn besproken.
U kunt zich wellicht voorstellen hoe groot de verbazing was op het moment dat hij bij een verkeerscontrole werd aangehouden en in de PI Lelystad werd geplaatst. Eerst toen werd duidelijk dat zijn toenmalig advocaat zich had verlaten op een kantoorgenoot, welke kantoorgenoot had verzuimd appel in te stellen.
In die brief wordt niet expliciet aan de griffiemedewerker een bijzondere volmacht in de zin van artikel 450 lid 3 Sv Pro verleend, maar een adres voor de ontvangst van een afschrift van de dagvaarding staat wel in de brief vermeld. Het voorschrift is in het leven geroepen om betekeningsperikelen in appel te voorkomen. Het is dus niet geschreven in het belang van een verdachte, maar in het belang van een effectieve en efficiënte werking van het strafrechtelijk apparaat (HR 21 september 2010. LJN BM4427).
Dat zijn appel te laat is ingesteld, staat dus niet ter discussie.
Cliënt meent evenwel dat gezien de zojuist geschetste gang van zaken, er sprake is van bijzondere, hem niet aan te rekenen omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar doen zijn.
§ 44 Wiedereinsetzung in den vorigen Stand bei Fristversäumung
ent, it would be an abuse of language to describe those failings as approaching, let alone amounting to flagrant incompetence. In any event, in the light of the present requirement under Article 6 of the European Convention on Human Rights, flagrant incompetence might no longer be the appropriate measure of whether this court would quash a conviction. What Article 6 required, in this context, was that the hearing of the charges against him should be fair. If the conduct of the legal advisers had been such that this objective was not met, then this court might be compelled to intervene. The point did not arise for decision in this case, however, since such deficiencies as there might have been caused no unfairness to the defendant.”