ECLI:NL:PHR:2015:2501

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2015
Publicatiedatum
19 januari 2016
Zaaknummer
15/00685
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over beslag en niet-ontvankelijkheid in strafzaak met toepassing art. 94a Sv

In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag bij beschikking van 11 november 2014 het klaagschrift van klaagster gegrond verklaard en het beslag op haar onroerende goederen, zaken en vorderingen opgeheven. Dit beslag was gelegd op grond van art. 94a Sv in een strafzaak waarin het Openbaar Ministerie (OM) klaagster vervolgde.

De rechtbank oordeelde dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat in de straf- of ontnemingszaak een geldboete of ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan klaagster zou worden opgelegd. Dit oordeel baseerde de rechtbank mede op een arrest van het Hof Den Haag van 2 juli 2014 waarin het OM niet-ontvankelijk werd verklaard in de strafvervolging tegen klaagster, en op een vonnis van 8 oktober 2014 waarin de rechtbank het OM niet-ontvankelijk verklaarde in de ontnemingsvordering.

Het OM stelde cassatie in tegen deze beschikking en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte vooruitliep op de mogelijke uitkomst van de strafzaak die nog niet onherroepelijk was. De Hoge Raad volgde dit standpunt en vernietigde de beschikking. De Hoge Raad benadrukte dat bij de beoordeling van een beslag op grond van art. 94a Sv niet mag worden uitgegaan van een nog niet onherroepelijke beslissing in de strafzaak, omdat een cassatieberoep kan leiden tot een nieuwe behandeling van de zaak.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekte tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing of terugwijzing zoals de Hoge Raad passend acht. Deze zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin eveneens conclusies zijn uitgebracht.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking die het beslag op onroerende goederen heeft opgeheven omdat de strafzaak nog niet onherroepelijk was.

Conclusie

Nr. 15/00685 B
Mr. Harteveld
Zitting 13 oktober 2015
Conclusie inzake:
[klaagster] [1]
1. De Rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 11 november 2014 het door klaagster ingediende klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave gelast van, dan wel het beslag opgeheven inzake de inbeslaggenomen onroerende goederen, zaken en/of vorderingen van klaagster.
2. De plaatsvervangend officier van justitie bij de Rechtbank heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3.1. Het
middelkeert zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat in de straf- dan wel ontnemingszaak aan klaagster een geldboete respectievelijk een voordeelsontneming zal worden opgelegd.
3.2. Op grond van art. 94a Sv zijn in de met deze beklagzaak samenhangende strafzaak onroerende goederen, zaken en vorderingen in beslag genomen. Het ingediende klaagschrift strekt tot teruggave aan klaagster van hetgeen onder haar in beslag is genomen. De Rechtbank heeft het klaagschrift gegrond verklaard en geoordeeld dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat in de straf- dan wel ontnemingszaak aan klaagster een geldboete respectievelijk een voordeelsontneming zal worden opgelegd. De Rechtbank heeft aan haar oordeel ten grondslag gelegd dat het Gerechtshof Den Haag in de met deze beschikking samenhangende strafzaak bij arrest van 2 juli 2014 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de vervolging van klaagster en dat de Rechtbank Den Haag bij vonnis van 8 oktober 2014 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk heeft verklaard in de tegen klaagster gerichte ontnemingsvordering. De Rechtbank heeft daarnaast in aanmerking genomen dat het openbaar ministerie cassatie heeft ingesteld tegen voormeld arrest van 2 juli 2014 [2] en dat de ontnemingsprocedure met de beslissing van de Rechtbank van 8 oktober 2014 nog niet is beëindigd.
3.3. Door de steller van het middel wordt aangevoerd dat de Rechtbank met haar oordeel vooruit is gelopen op de mogelijke uitkomst van de strafzaak. Die klacht is terecht voorgesteld. [3] De strafzaak is immers nog niet onherroepelijk. Daarbij merk ik op dat, mocht de Hoge Raad mij volgen in de strafzaak tegen klaagster en het door het openbaar ministerie ingestelde cassatieberoep gegrond achten, een nieuwe behandeling van de strafzaak zal volgen.
3.4. Het middel slaagt.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze zaak hangt samen met de zaken met de nummers 14/03514, 14/03517, 14/03519, 14/03664, 15/00682 B en 15/00684 B. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
2.Dit is de zaak met nummer 14/03517 waarin ik vandaag eveneens concludeer.
3.Vgl. HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:139.