Conclusie
bis
Overzicht
Miljoen), C-14/14 (
X) en C-17/4 (
Société Générale, belanghebbende). Het antwoord op de eerste prejudiciële vraag luidde dat de vergelijking met ingezetenen niet beperkt kan blijven tot de dividendbelasting, maar ook de uiteindelijke druk in de eindheffing bij ingezetenen in de belastingdrukvergelijking moet worden betrokken.
inningvan de dividenden in de beschouwing worden betrokken. De door de belanghebbende gewenste aftrek van (negatieve) koers- en transactieresultaten op samenhangende aandelenbelangen hoeft dus niet verleend te worden, evenmin als aftrek van financieringskosten of afboeking van meegekocht dividend. Dit antwoord houdt mijns inziens aanvaarding in van brutoheffing ten laste van niet-ingezetenen hoewel ingezetenen netto belast worden. Het Hof geeft geen reden voor deze discriminatie, die onverenigbaar lijkt met zijn eerdere vaste rechtspraak in vele zaken, specifiek ter zake van beleggingsdividenden de zaak C-342/10,
Commissie v Finland, maar kennelijk aanvaardt het Hof deze discriminatie, of acht hij haar misschien gerechtvaardigd op grond van uitvoerbaarheid van de heffing ten laste van niet-ingezeten aandeelhouders.
ordinary creditvoorziet. De vraag over de invloed van de mogelijkheid van
carry forwardvan een
excess foreign tax creditin Frankrijk voor het verliesjaar 2008 heeft het HvJ EU niet beantwoord, omdat hij hypothetisch zou zijn.
equity derivatives traderfiscaalrechtelijk als meegekocht dividend behandeld zou zijn, althans niet tot diens belastbare grondslag zou zijn gerekend.
2.Procesverloop tot en met uw prejudiciële verwijzing
Truck Centeren
Voetbalclub X NVvolgt weliswaar dat de heffingstechniek jegens ingezetenen en niet-ingezetenen mag verschillen, maar niet dat de eindheffing buiten beschouwing zou kunnen blijven bij de discriminatie-analyse. Uit HvJ EU
Kerckhaert-Morres, Damseaux,C-342/10,
Commissie v Finland, Tate & Lyleen C-284/09,
Commissie v Duitsland, blijkt juist dat het gaat om de uiteindelijke druk na eventuele verrekening van voorheffingen (die het HvJ EU vereenzelvigt met de eindheffing als de belastingplichtige aan beide is onderworpen). Dit kan ertoe leiden dat de nettoheffing in (uiteindelijk) de vennootschapsbelasting ten laste van ingezetenen lager is dan de bruto-dividendbelastingheffing ten laste van niet-ingezetenen. Of zich een dergelijke discriminatie voordoet, doet in casu echter niet ter zake (en die is in feitelijke instantie dan ook niet onderzocht) omdat, zó daarvan al sprake zou zijn, zij voor de jaren tot 2008 geneutraliseerd is door volledige verrekening van de Nederlandse dividendbelasting met de Franse vennootschapsbelasting op basis van een belastingverdrag, zodat voldaan is aan de eisen die het HvJ EU in
Amurtaaan neutralisering stelt.
hedge; het dividend is slechts een budgetneutrale bijvangst omdat de dividendverwachting “meegekocht” wordt met de slechts tot positie-afdekking dienende aandelen. Zij verdient aan hele kleine marges en van een ingezetene zou over zo’n marge slechts zeer weinig vennootschapsbelasting geheven worden (vergeleken met de dividendbelasting), aldus de belanghebbende. Ik concludeerde dat het EU-recht de lidstaten echter geenszins voorschrijft hoe (ruim of eng) zij hun belastinggrondslag moeten bepalen. Zij zijn EU-rechtelijk, bij gebrek aan harmonisatie op dat vlak, vrij hun belastinggrondslag(en) en -jurisdictie te bepalen. Nederland belast niet-ingezetenen bruto voor uitgaand dividend, naar een tarief van 15%, en ingezetenen voor hetzelfde dividend netto (na aftrek van toerekenbare kosten), naar een tarief van (in 2008) 25,5%. Uit de genoemde rechtspraak van het HvJ EU blijkt dat niet-ingezeten dividendgerechtigden fiscaal slechts vergelijkbaar zijn met ingezeten dividendgerechtigden voor zover niet-ingezetenen net als ingezetenen betrokken worden in de dividend-, inkomsten-, of vennootschapsbelasting (of enige combinatie daarvan). De belanghebbende wordt uitsluitend voor het (bruto)dividend in de Nederlandse heffingsjurisdictie betrokken, niet voor enig ander onderdeel van haar winst of enig ander effect van haar nering, en zij kan dus ook alleen ter zake van dat dividend vergeleken worden met een ingezetene.
equity derivatives trader).
Schröder [3] begrijp ik niet; daar staat immers het tegendeel, althans niets andersluidends over rechtstreeks aan dividend toerekenbare kosten:
equity derivative trading. Zie ik het goed, dan is de kern van haar betoog juist dat het niet om beleggingsdividenden gaat, maar om onlosmakelijk aan haar
ondernemingsactiviteit verbonden effecten van
hedging; meegekocht dividend zit volgens haar onlosmakelijk vast aan het voor haar onderneming noodzakelijke afdekken van aandelenposities (en is voor haar nering eigenlijk alleen maar vervelend). Dat belanghebbendes
equity derivative tradingin Nederland niet toerekenbaar is aan een vaste inrichting in Nederland en zij er dus hier te lande niet voor in de eindheffing wordt betrokken, is EU-rechtelijk juist het probleem.
3.De antwoorden van het Hof van Justitie van de EU
Miljoen), C-14/14 (
X) en C-17/4 (
Société Générale; de belanghebbende).
nietmoest zijn, nl. dat er toch
nietverder wordt gekeken dan de dividendbelasting (behoudens de (verwaarloosbare) rechtstreekse incassokosten). Volgens mij is het onmogelijk om te vermijden dat
ruimhartigheid in de twee andere gevoegde zaken C-10/14 en C14/14, waarin hij het heffingsvrije vermogen (juist wél)
geheellijkt toe te rekenen aan de Nederlandse aandelen van een niet-ingezetene bij wie die aandelen misschien maar een fractie van zijn totale vermogen uitmaken.
Gerritse, [5] Bouanich, [6] Centro Equestre da Lezíria Grande, [7] Scorpio Konzertproduktionen [8] en
Schröder [9] (ik vermeld in de voetnoten om wat voor toerekenbare kosten/aftrekposten het ging). Zijn oordeel over meegekocht dividend lijkt met name onverenigbaar met het door u expliciet genoemde, door diverse interveniërende partijen besproken, en door het Hof dus kennelijk bewust genegeerde arrest in de zaak C-342/10,
Commissie v Finland. [10] Die zaak betrof een Finse regeling die er op neerkwam dat door binnenlandse pensioenfondsen ontvangen dividenden niet belast werden als gevolg van toevoeging aan een onbelaste technische reserve. Niet-ingezeten pensioenfondsen daarentegen werden bruto belast naar 19,5 of 15% van door hen ontvangen Finse dividenden. Het HvJ EU achtte dat verschil in behandeling onverenigbaar met art. 63 VwEU Pro, daartoe onder meer overwegende:
Commissie v Finlandaan de orde gestelde aftrekbare toevoeging van in beginsel wél belast dividend aan een onbelaste technische reserve. Zou belanghebbendes kennelijke stelling juist zijn – die volgens u in hoger beroep voldoende is ingenomen - dat het litigieuze dividend in feite meegekocht dividend is, dan zou het klakkeloos volgen van het arrest van het HvJ EU er op neerkomen dat meegekocht dividend ontvangen door een niet-ingezeten bank volledig bruto belast wordt en hetzelfde meegekochte dividend ontvangen door een ingezeten bank volledig buiten de heffing blijft. Dat is EU-rechtelijk geen aannemelijk resultaat.
corporateaandeelhouders niet aftrekbaar zouden hoeven zijn hoewel zij dat wél zijn voor ingezeten
corporateaandeelhouders. Ook dat is een duidelijk ongunstiger behandeling van niet-ingezetenen. Wellicht heeft het Hof zich laten overtuigen dat het praktisch ondoenlijk is om bij niet-ingezeten ondernemingen - die ook geen vaste inrichting in Nederland hebben waaraan de dividenden worden toegerekend - uit hun totale financieringslasten de aan het Nederlandse – in casu volstrekt efemere – aandelenbezit toerekenbare financieringslast te isoleren, zodat het in wezen niet om afwezigheid van discriminatie gaat, maar om een impliciete rechtvaardigingsgrond voor een wel degelijk bestaande discriminatie. Wat daar van zij: het Hof heeft ongetwijfeld wél heel goed begrepen wat financieringslasten zijn en ook hoe belanghebbendes
equity derivatives tradeongeveer in elkaar steekt – want dat is hem in de schriftelijke opmerkingen uitgelegd - zodat wij moeten aannemen dat qua financieringslasten, hoezeer soms ook rechtstreeks toerekenbaar aan het dividendproducerende aandelenbezit (bijvoorbeeld een specifiek voor de aankoop van bepaalde aandelen opgenomen lening), het doek valt voor niet-ingezetenen: zij mogen op dat punt om onopgehelderde, maar vermoedelijk doelmatigheidsredenen ongunstiger belast worden dan ingezetenen. Ik merk op dat het Hof zich kennelijk niet realiseert dat deze beslissing principieel impliceert dat in de andere twee gevoegde zaken, over natuurlijke personen/aandeelhouders in box 3 – eventuele aan een aandelenbezit vastzittende schulden niet in de vergelijking met ingezetenen worden betrokken. Als het om een
rechtvaardigingom doelmatigheidsredenen gaat, hoeft het geen probleem te zijn (in box 3 is de koppeling tussen bezittingen en schulden veelal makkelijker te maken), maar in de zaak van Société Générale presenteert het Hof de niet-toerekening van de financiering niet als gerechtvaardigd, maar als überhaupt niet discriminatoir.
Commissie v Finlandverwijst het HvJ EU (zie r.o. 58) naar (r.o. 20 van) een mijns inziens niet-relevant arrest, nl. dat in de zaak C-600/10,
Commissie v Duitsland. [11] Deze infractieprocedure betrof een Duitse belastingregeling die er volgens de Commissie toe leidde dat binnenlandse pensioenfondsen hun beleggingskosten wél ten laste van de door hen ontvangen dividenden en renten konden brengen, terwijl niet-ingezeten pensioenfondsen dat niet konden. Het HvJ EU overwoog (tekst alleen in het Frans en het Duits beschikbaar):
Duitse tekst:) 20 Was erstens Bankgebühren und ähnliche Transaktionskosten anbelangt, hat die Kommission jedoch, wie das Königreich Schweden in der mündlichen Verhandlung zutreffend ausgeführt hat, keine Belege dafür beigebracht, dass solche Ausgaben, mögen sie auch gegebenenfalls unmittelbar mit einem bei einer Wertpapiertransaktion gezahlten Betrag zusammenhängen (vgl. in diesem Sinne Urteil vom 19. Januar 2006, Bouanich, C‑265/04, Slg. 2006, I‑923, Randnr. 40), zwangsläufig auch mit der Erzielung von Einkünften in Form von Dividenden oder Zinsen als solcher in unmittelbarem Zusammenhang stehen.
Duitse tekst:) 26 Die Verletzung der Verpflichtungen der Bundesrepublik Deutschland aus Art. 63 AEUV Pro kann jedoch nicht als rechtlich hinreichend nachgewiesen angesehen werden, wenn es der Kommission nicht gelingt, ein plausibles Beispiel für eine Situation anzuführen, in der dieser Mitgliedstaat die gebietsfremden Pensionsfonds in der Praxis tatsächlich ungünstiger behandelt hat als die gebietsansässigen Pensionsfonds, indem er Ersteren den Abzug von Betriebsausgaben verweigert hat, die in unmittelbarem Zusammenhang mit dem Bezug von Dividenden und Zinsen in Deutschland stehen; sonst könnte sich die Kommission nämlich auf bloße Vermutungen stützen (vgl. entsprechend Urteil Kommission/Portugal, Randnrn. 30 und 31).
Commissie v Duitslandslechts in twee talen beschikbaar is - in de werktaal van het Hof en in die van de verwijzende rechter - suggereert dat het HvJ EU het van geen belang achtte.
ordinary creditvoorziet. Anders dan in de literatuur is verdedigd, is voor neutralisering van een mogelijk discriminerende bronheffing niet vereist een verdragsgebaseerde
full credit(uiteraard niet; zie de onderdelen 6.10-6.12 van de eerste conclusie in deze zaak). Voor zover de bronheffing is verrekend, is van strijd met EU-recht geen sprake meer. [12] Daarmee resteren in de zaak van de belanghebbende alleen voor het jaar 2008 vragen, aldus het HvJ EU (r.o. 85).
carry forwardvan een
excess foreign tax creditin Frankrijk is niet beantwoord omdat hij hypothetisch zou zijn. Dat is hij niet, althans niet hypothetischer dan de andere vragen (de feitenrechters hebben evenmin vastgesteld dat sprake zou zijn van meegekocht dividend of van rechtstreeks toerekenbare financieringslasten), maar kennelijk wilde het HvJ EU hem nog niet beantwoorden.
4.De reacties van de partijen op het arrest van het Hof van Justitie van de EU
Commissie v Finlanden van punten 73 en 74 van het onderhavige arrest een belastingdrukvergelijking te maken die rekening houdt met de
winstuit het houden van de aandelen en met de afboeking van meegekocht dividend.
5.Toepassing
fair value accounting) en dus ook niet toegekomen kan worden aan enige ‘toerekening’ van die correctie als ‘kosten’ aan het dividend: er
isfiscaalrechtelijk überhaupt geen (dividend)inkomen, zodat er ook niets aan toegerekend kan worden. De afboeking
verhindertjuist dat het meegekochte dividend fiscaalrechtelijk inkomen wordt dat over de verlies- en winstrekening loopt en waaraan iets toegerekend zou kunnen worden.
equity derivatives tradingis daaraan niet toerekenbaar en Nederland kent geen
force attractivevan een v.i.). Zulks tegenwerpen aan niet-ingezetenen zou echter neerkomen op het niet in aanmerking nemen van hetgeen juist wél in aanmerking moet worden genomen, nl. de positie in de eindheffing van vergelijkbare ingezetenen met meegekocht dividend. Die druk is bij meegekocht dividend nihil voor ingezetenen en moet dus ook voor niet-ingezetenen nihil zijn. Ik meen dat daarom vernietigd en verwezen moet worden om te doen onderzoeken of het door de belanghebbende ontvangen Nederlandse dividend bij een vergelijkbare ingezeten
equity derivatives traderfiscaalrechtelijk als meegekocht dividend behandeld zou worden, althans niet tot dier belastbare grondslag zou worden gerekend.
Pensioenfonds Metaal en Techniek v Skatteverket, waarin de A.-G. Szpunar heeft geconcludeerd dat de onderwerping van ingezeten pensioenfondsen aan een belasting ten bedrage van een percentage van hun
totale vermogenhet onmogelijk maakt om niet-ingezeten pensioenfondsen hetzelfde te behandelen voor
specifieke inkomstenzoals dividend, en dat de te hunnen laste ingehouden bronheffing weliswaar tot verschillen kan leiden met de binnenlandse forfaitaire heffing, maar dat deze zowel gunstiger als ongunstiger kan zijn en dat dividendinkomen niet geïsoleerd kan worden in het binnenlandse systeem. Daargelaten dat ik niet overtuigd ben door het betoog van de A-G (het binnenslands voor aandelenvermogen gebruikte forfaitaire rendement kan mijns inziens ook gebruikt worden voor niet-ingezetenen), geldt voor belanghebbendes geval dat niet valt in te zien waarom ontvangen meegekocht dividend bij niet-ingezetenen niet net zo buiten de heffing kan blijven als bij ingezetenen.
6.Nadere conclusie
equity derivatives traderfiscaalrechtelijk behandeld zou worden als meegekocht dividend, althans niet tot belastbare vennootschapsbelastinggrondslag zou leiden.