Conclusie
middelvalt uiteen in twee klachten. De eerste klacht luidt dat de bestreden beslissing innerlijk tegenstrijdig is omdat het Hof, ondanks dat het in de motivering van de afwijzing van het verzoek om de melders als getuige te (doen) horen heeft toegezegd de meldingen niet tot het bewijs van het onder 1 bewezenverklaarde te bezigen, dit blijkens de bewijsconstructie toch heeft gedaan ter verwerping van een Meer- en Vaartverweer. De tweede klacht houdt in dat met betrekking tot zowel feit 1 als feit 2 de bewezenverklaarde periode niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid.
(het hof begrijpt: [a-straat 1] te [woonplaats] )is aangesloten. Op de betreffende elektriciteitskabel waren de percelen [a-straat 1 t/m 10] aangesloten.
Illegale aansluiting op onderzijde zekeringhouder
Vermogensfraude
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs