De zaak betreft een beklagprocedure over het beslag op een motorfiets waarvan het motorblok was uitgezonderd. De rechtbank verklaarde het beklag gegrond voor de motorfiets zonder motorblok en gelastte teruggave, maar verklaarde het beklag ten aanzien van het motorblok impliciet ongegrond zonder nadere motivering.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank had moeten beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag op het motorblok vordert, dan wel of een ander dan klager als rechthebbende moet worden beschouwd. De rechtbank heeft dit nagelaten en heeft haar beslissing niet gemotiveerd, waardoor het middel gegrond is.
De conclusie van de AG benadrukt dat de uitlating van het OM over het niet voortduren van het beslag mogelijk ook het motorblok betrof, maar dat de rechtbank in dat geval had moeten motiveren waarom een ander als rechthebbende werd aangenomen. Het enkele feit dat het motorblok gestolen was, betekent niet automatisch dat een ander als rechthebbende geldt.
De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking voor zover het het motorblok betreft en verwijst de zaak terug voor een passende beslissing, terwijl het beroep voor het overige wordt verworpen.