ECLI:NL:PHR:2015:2646
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie wegens niet-indienen schriftuur na vrijspraak en veroordeling voor uitlokking schending ambtsgeheim
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft de verdachte bij arrest van 30 september 2014 niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep voor zover gericht tegen de vrijspraak met betrekking tot bepaalde zaaksdossiers. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van dertig uren voor het opzettelijk uitlokken van schending van het ambtsgeheim.
De verdachte stelde op 13 oktober 2014 beroep in cassatie in tegen dit arrest. Na betekening van de aanzegging op 25 februari 2015 diende de verdachte echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden een schriftuur houdende middelen in bij de Hoge Raad.
Gezien het ontbreken van een tijdige schriftuur moet de verdachte volgens artikel 437, tweede lid, Sv, niet-ontvankelijk worden verklaard in het cassatieberoep. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot deze niet-ontvankelijkverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van een schriftuur.