ECLI:NL:PHR:2015:2667

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2015
Publicatiedatum
15 februari 2016
Zaaknummer
14/02463
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 315 SvArt. 328 SvArt. 330 SvArt. 331 SvArt. 415 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet beslissen op voorwaardelijk getuigenverzoek in poging tot diefstal met braak

Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal met braak tot een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld door de verdediging.

De verdediging had tijdens de terechtzitting in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek ingediend tot het horen van een getuige, specifiek over de omstandigheden rond een doos waarop DNA was aangetroffen. Dit verzoek was verbonden aan de voorwaarde dat het hof het verweer zou passeren en het DNA de betrokkenheid van verdachte zou aantonen.

Het hof heeft echter nagelaten om op dit verzoek te beslissen, hetgeen volgens de Procureur-Generaal niet begrijpelijk is en een schending van art. 330 jo Pro. 415 Sv oplevert, met nietigheid van het arrest tot gevolg.

De Hoge Raad concludeert dat het arrest vernietigd moet worden en dat de zaak moet worden terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting, waarbij het voorwaardelijk getuigenverzoek uitdrukkelijk moet worden behandeld.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet beslissen op een voorwaardelijk getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 14/02463
Mr. A.E. Harteveld
Zitting: 10 november 2015
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 15 april 2014 de verdachte ter zake van "poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" veroordeeld tot een taakstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. P.H.L.M. Souren bij schriftuur en aanvullende schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op het ter terechtzitting door de verdediging gedaan voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige als bedoeld in art. 315 in Pro verbinding met 328 Sv, welk verzuim ingevolge art. 330 in Pro verbinding met 415 Sv nietigheid tot gevolg heeft.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 1 april 2014 hebben de verdachte en diens raadsvrouwe het woord gevoerd overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt in:
"De verdediging meent dan ook dat u cliënt dient vrij te spreken. Mocht uw hof dit verweer passeren en mocht u dus menen dat het DNA van cliënt wel zijn betrokkenheid bij het tenlastegelegde kan aantonen, dan meent de verdediging dat het noodzakelijk is de aangever te horen; meer specifiek over de doos waarin of waarop DNA is aangetroffen. Hoe is de doos verkregen? Waar heeft de doos gestaan? Is het mogelijk de doos te hebben aangeraakt zonder zich noodzakelijkerwijs schuldig te hebben gemaakt aan een diefstal met braak, bijvoorbeeld bij aanschaf? Ook kan aangever opheldering geven over de wijze waarop de aangifte is opgenomen en in welke taal aangever heeft verklaard."
5. Uit het voorgaande blijkt dat een verzoek is gedaan tot het horen van een getuige als bedoeld in art. 328 Sv Pro in verbinding met art. 331 en Pro art. 415 Sv Pro om toepassing te geven aan art. 315 Sv Pro, en dat de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch het bestreden arrest houdt een beslissing van het Hof in over het door de raadsman gedane verzoek. Dat verzuim heeft ingevolge art. 330 Sv Pro in verbinding met art. 415 Sv Pro nietigheid tot gevolg.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG