ECLI:NL:PHR:2015:2687
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en ernstig verwijtbaar handelen
De rechtbank Limburg beëindigde op 6 oktober 2015 de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro d van de Faillissementswet omdat verzoekers hun verplichtingen niet waren nagekomen. De rechtbank stelde dat verzoekers van rechtswege in staat van faillissement zouden verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde was gegaan.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis op 12 november 2015. Het hof stelde vast dat verzoekers herhaaldelijk tekort waren geschoten in hun verplichtingen door niet te voldoen aan termijnen voor boedelachterstand, die opliep tot € 2.816,83. Ondanks waarschuwingen en huisbezoeken bleef de achterstand bestaan. Tevens werd vastgesteld dat verzoekers de afrekening van energielasten gebruikten voor een vakantie naar Spanje en geldopname zonder de bewindvoerder te informeren.
Het hof achtte dit handelen ernstig verwijtbaar gezien de hoge schuldenlast en concludeerde dat verzoekers niet saneringsgezind waren. Daarom werd de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd zonder verlenging van de termijn.
Verzoekers kwamen tijdig in cassatie met het middel dat beëindiging buitenproportioneel was omdat zij spijt hadden en maatregelen hadden genomen. De Procureur-Generaal concludeerde echter dat van schuldsaneringsgerechtigden mag worden verwacht dat zij zich maximaal inspannen en geen bovenmatige schulden veroorzaken. Het hof had terecht geoordeeld dat verzoekers ernstig verwijtbaar hadden gehandeld en hun spijtbetuiging onvoldoende was om beëindiging te voorkomen. Het cassatiemiddel werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming en ernstig verwijtbaar handelen.