ECLI:NL:PHR:2015:2696
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in cassatie wegens niet-indienen schriftuur
Na terugwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan vier voorwaardelijk, wegens diefstal met geweld gepleegd door meerdere personen. Tevens werden schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan verdachte.
Verdachte stelde beroep in cassatie in, maar diende geen schriftuur met cassatiemiddelen in binnen de wettelijke termijn. De aanzegging van het cassatieberoep werd rechtsgeldig betekend aan een huisgenoot van verdachte op diens GBA-adres, en aan zijn raadsman.
Omdat niet aan het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv werd voldaan, kon verdachte niet in cassatie worden ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens het niet tijdig indienen van schriftuur.