ECLI:NL:PHR:2015:2704

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2015
Publicatiedatum
8 maart 2016
Zaaknummer
14/04551
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel kennelijke misslag hof in schadevergoedingsmaatregel mishandeling

In deze zaak is verdachte door het Hof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken wegens mishandeling. Tevens heeft het hof een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de benadeelde partij voor een bedrag van €1637,80, vermeerderd met wettelijke rente. De Hoge Raad constateert dat het hof kennelijk bij vergissing een bedrag van tien euro hoger heeft vastgesteld dan de vordering van de benadeelde partij, die €1627,80 bedroeg.

De Hoge Raad stelt dat een dergelijke kennelijke misslag zich uitstekend leent voor herstel door het hof zelf, conform eerdere jurisprudentie. Hierdoor ontstaat sneller en ondubbelzinnig duidelijkheid over de tenuitvoerlegging van de beslissing. Verdachte heeft onvoldoende belang bij het cassatieberoep om deze fout door de Hoge Raad te laten herstellen.

Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, aangezien het dossier pas bijna tien maanden na het instellen van het beroep bij de Hoge Raad werd ontvangen. Gelet op de geringe straf en de termijnoverschrijding volstaat de Hoge Raad met deze constatering en wijst het beroep af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang bij herstel van een kennelijke misslag.

Conclusie

Nr. 14/04551
Mr. Machielse
Zitting 22 december 2015
Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft verdachte op de 6 juni 2014 voor: mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van € 1637,80 toegewezen en voor dat bedrag een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, welke betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
2. Mr. M.H. F. van den Heuvel, advocaat te Helmond, heeft cassatie ingesteld. Mr. Th.J. Kelder heeft een schriftuur ingezonden, houdende twee middelen van cassatie.
3.1. Het eerste middel klaagt dat het hof aan de benadeelde partij een hoger bedrag heeft toegewezen dan door de politierechter was bepaald en dat ook de schadevergoedingsmaatregel ten onrechte op dit hoge bedrag is vastgesteld.
3.2. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij in haar geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente, tot een bedrag van € 1627,80, dus € 10 minder dan het hof heeft gedaan. Dit verschil is te herleiden tot een verschil in het bedrag dat politierechter respectievelijk hof hebben aangenomen voor materiële schade. Het hof heeft als uitgangspunt € 1262,80 genomen, de rechtbank € 1252,80. Het voegingsformulier dat zich in het dossier bevindt houdt inderdaad in dat de benadeelde partijvordering heeft ingediend van € 1627,80.
Het eerste middel is gegrond.
4.1. Het tweede middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden omdat tussen het instellen van het cassatieberoep en de ontvangst van het dossier ter griffie van de Hoge Raad meer dan acht maanden zijn verstreken.
4.2. Het cassatieberoep is ingesteld op 13 juni 2014 en het dossier is eerst ter griffie van de Hoge Raad ontvangen op 10 april 2015. De door de Hoge Raad op acht maanden gestelde inzendtermijn is aldus met bijna twee maanden overschreden. De Hoge Raad doet voorts uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Gelet op de in hoger beroep opgelegde straf en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden zal de Hoge Raad met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden kunnen volstaan. [1]
5. Beide middelen zijn gegrond. De Hoge Raad zal zelf de vergissing van het hof kunnen herstellen en alsnog de vordering van de benadeelde partij kunnen toewijzen tot een bedrag van € 1627,80 en de schadevergoedingsmaatregel op hetzelfde bedrag kunnen bepalen. Het tweede middel zal de Hoge Raad kunnen afdoen door te constateren dat de redelijke termijn is overschreden.
Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
6. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

Voetnoten

1.HR 17 juni 2008, NJ 2008, 358 m.nt. Mevis; HR 13 november 2012, nr. 10/04594 (niet gepubliceerd); HR 28 juni 2012, nr. 10/02673 (niet gepubliceerd); HR 9 oktober 2012, nr. 11/04734 (niet gepubliceerd); HR 1 oktober 2013, nr. 11/03346 (niet gepubliceerd).