Conclusie
[klager]
eerste middelkeert zich tegen de motivering van de beslissing tot gegrondverklaring van het beklag.
tweede middelkeert zich eveneens tegen de motivering van de beslissing tot gegrondverklaring van het klaagschrift.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel het klaagschrift van klager tegen conservatoir beslag op bankrekeningen, een onroerende zaak en andere goederen gegrond verklaard en het beslag opgeheven. De rechtbank motiveerde dit met het oordeel dat het dossier onvoldoende was om de aard en omvang van de verdenking tegen klager te beoordelen en dat daardoor niet kon worden getoetst of het beslag voortgezet moest worden.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelt in zijn conclusie dat dit oordeel onbegrijpelijk is. Uit het dossier blijkt immers dat er een redelijk vermoeden van schuld bestond jegens klager, onder meer op grond van een proces-verbaal waarin telefonische communicatie en een vermoedelijke criminele organisatie worden beschreven. Ook is de rechter-commissaris bevoegdheid verleend voor het beslag.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte geen nadere stukken van het Openbaar Ministerie heeft opgevraagd of de behandeling van het klaagschrift heeft aangehouden om het dossier aan te vullen. De rechtbank heeft onvoldoende gemotiveerd waarom zij dit niet heeft gedaan, terwijl dit volgens de beginselen van een behoorlijke procesorde wel had moeten gebeuren.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing waarbij de juiste maatstaf wordt toegepast en het dossier adequaat wordt beoordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing van de maatstaf voor voortduring van het beslag.