Conclusie
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande
Parket bij de Hoge Raad
Het Gerechtshof Den Haag verklaarde verdachte bij arrest van 23 februari 2015 niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens verstekverlening, omdat verdachte niet bij de zitting aanwezig was. Later bleek dat verdachte ten tijde van de zitting in verband met een andere strafzaak gedetineerd zat en niet vrijwillig afzag van zijn recht op aanwezigheid.
De Hoge Raad overweegt dat het grote belang van verdachte om bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn, betekent dat het verstek verlenen onjuist was. Het arrest van het Hof wordt daarom vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor een nieuwe berechting in aanwezigheid van verdachte.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad benadrukt dat de verdachte geen transport naar de zitting was geregeld terwijl hij in het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn verbleef. Dit maakt de verstekverlening achteraf onjuist en rechtvaardigt de vernietiging en terugwijzing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting in aanwezigheid van verdachte.