Conclusie
( [4] ).Tegen de vader van [betrokkene] heeft de Curator tevens een strafklacht ingediend bij het Functioneel Parket wegens bedrieglijke bankbreuk en het witwassen van gelden.
( [5] ), heeft in november 2012 geleid tot betaling aan de boedel van een bedrag van € 478.949,35 (inclusief wettelijke rente). De Curator heeft tegen mr. Kaiser verder een klacht ingediend bij de Nederlandse orde van Advocaten wegens paulianeus handelen en onjuist informeren van de Curator en bij het Functioneel Parket wegens bedrieglijke bankbreuk en het witwassen van gelden.
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
“In 2004 betrof het actief ruim € 28.000,-. Ik had toen een voorschot kunnen declareren.”Die verklaring ontneemt de betekenis die in cassatiemiddel 4 aan het rekeningafschrift van 7 september 2006 wordt toegekend. Indien verder nog in aanmerking worden genomen de vaststaande feiten dat op 5 september 2006 op de boedelrekening een bedrag van € 95.000,- is gestort en dat de civiele procedure tegen mr. Kaiser pas in januari 2008 is gestart, dan moet worden geconcludeerd dat met cassatiemiddel 4 niet voldoende wordt ontzenuwd het oordeel van de rechtbank dat de stand van de boedel het de Curator mogelijk maakte om vanaf juli 2004 de rechtbank om een voorschot op zijn salaris te verzoeken. Daarbij verdient nog opmerking dat de rechtbank niet spreekt van een voorschot op het volledige salaris dat de Curator in zijn – later – opgestelde salarisspecificatie voor ieder jaar heeft opgegeven.
“dat de curator niet kenbaar heeft gemaakt wat de grondslag voor een eventuele aanspraak ten opzichte van de boedel uit hoofde van rente zou zijn geweest.”
“eventuele aanspraken ten opzichte van de boedel”in verband met het risico dat volgens de Curator de boedel liep. Dit betekent dat cassatiemiddel 6 reeds geen doel kan treffen wegens gemis aan feitelijke grondslag.