Conclusie
Stokke A.S.,
Stokke Nederland B.V.,
[verzoeker 3],
Firma Hauck GmbH & Co. KG
1.Inleiding
2.Feiten
3.Procesverloop
Een kleine greep uit de vele punten van overeenstemming:
4.Beoordeling cassatieberoep
onderdeel I.11feitelijke grondslag en voorts ook zelfstandig belang omdat als de overige klachten van onderdeel I niet slagen, dit onderdeel niet tot cassatie kan leiden.
onderdeel Iberusten op een onjuiste lezing van het arrest van het hof en kunnen daarom bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. In
onderdeel I.1wordt terecht niet bestreden dat het hof de maatstaf heeft toegepast die uw Raad in het arrest Stokke/Fikszo heeft geformuleerd in rov. 4.2 (die hiervoor al is vermeld). Het hof heeft dus niet miskend dat tot de auteursrechtelijke beschermede trekken ook onbeschermde elementen behoren voor zover de selectie of combinatie daarvan aan de werktoets beantwoordt. Het hof vermeldt in rov. 4.11 dat Stokke hierop een beroep heeft gedaan en in welke processtukken zij dat heeft gedaan. Het kan daarom aan het hof niet zijn ontgaan dat Stokke 26 punten van overeenstemming heeft vermeld, anders dan
onderdeel I.2betoogt. Het hof overweegt uitdrukkelijk dat 26 punten zijn genoemd, maar oordeelt dat op 21 punten niet afzonderlijk behoeft te worden ingegaan. Het hof heeft ook goed begrepen dat het alleen moest beoordelen of de selectie of combinatie van de 26 punten aan de werktoets beantwoordde. Die vraag heeft het hof aan het slot van deze rechtsoverweging ontkennend beantwoord. Daarbij heeft het hof inderdaad niet alle 26 punten afzonderlijk besproken, maar zich gebaseerd op de vijf punten waarop Stokke bij pleidooi de aandacht had doen vestigen. Het hof heeft dit aldus opgevat dat deze vijf punten in de optiek van Stokke de meest kenmerkende punten van overeenstemming waren. Die uitleg is aan het hof als rechter die over de feiten oordeelt, voorbehouden. Onbegrijpelijk is zij niet. Het ligt weinig voor de hand dat de opsomming van de vijf vermelde punten die eerder verspreid in de lijst van 26 punten zijn opgenomen, geheel willekeurig was. Het oordeel van het hof houdt kennelijk in dat als deze vijf punten als combinatie of selectie al niet aan de werktoets voldoen, de andere minder belangrijke punten dat resultaat niet kunnen bereiken. Voor het hof was dat reden die punten niet afzonderlijk te bespreken, maar daaruit kan niet de conclusie worden getrokken dat zij in het geheel niet in het oordeel van het hof zijn betrokken. Nu dit oordeel in hoge mate berust op een feitelijke waardering, kan de juistheid ervan in cassatie niet worden getoetst. Ik kan mij heel goed voorstellen, ook na het tonen van alle stoelen, dat dit oordeel anders had kunnen uitvallen en dat Stokke het oordeel van het hof beschouwt als een vorm van verwatering. Een aanwijzing daarvoor volgt uit het feit dat in eerste aanleg is erkend dat de New Alpha in feite een zelfde ontwerp is als de Bambino. Dit standpunt is schielijk verlaten toen bleek dat de Bambino een inbreuk opleverde op de Tripp Trapp-stoel, maar het hof heeft dit niet beschouwd als een gedekt verweer. Dit laatste oordeel is in cassatie terecht niet bestreden. De conclusie blijft dan voor Stokke teleurstellend. Het hof vond de 26 punten niet toereikend voor het voldoen aan de werktoets en daarmee viel het doek.
onderdeel I.3feitelijke grondslag.
onderdeel I.4houdt in dat het hof alle 26 punten afzonderlijk had moeten bespreken. Deze klacht gaat uit van een motiveringseis die geen steun vindt in het recht. [6]
onderdeel I.10uitgaat van een lezing van het arrest van het hof die ik voor onjuist houd, kan ook dit onderdeel geen doel treffen.