Conclusie
[eiser],
de Stichting tot Behoud Waardevol Erfgoed,
eerste middelklaagt vergeefs over het oordeel in rov. 6, slot, dat SBWE haar vordering niet uitsluitend op de grondslag van een huurovereenkomst beoordeeld wenste te zien. Dit oordeel is als feitelijk van aard aan het hof voorbehouden en niet onbegrijpelijk. SBWE heeft een bepaalde uitleg gegeven aan de door partijen gesloten “gebruikers/koopovereenkomst” die volgens haar meebracht dat de wettelijke regeling omtrent huur van toepassing was en heeft ter comparitie in eerste aanleg aangegeven dat partijen destijds niet de Twhoz op het oog hebben gehad. [2] Daaruit blijkt niet zonder meer dat SBWE wenste dat het hof haar vordering niet zou mogen beoordelen op de voet van de Twhoz.
eerste middelen het
tweede middelbetogen. In het partijdebat is de mogelijkheid dat de Twhoz van toepassing zou zijn in eerste instantie aan de orde gekomen; [3] in hoger beroep heeft [eiser] de toepasselijkheid ervan uitdrukkelijk bepleit zoals het hof in rov. 5, in cassatie terecht onbestreden, constateert. [4] Gezien het partijdebat en art. 25 Rv Pro kon de mogelijkheid dat het hof de overeenkomst als huurkoop zou kwalificeren niet een verrassingsbeslissing opleveren. In het voetspoor hiervan falen beide middelen ook voor zover zij het hof verwijten [eiser] niet in de gelegenheid te hebben gesteld zijn stellingen aan te passen aan de toepasselijkheid van de Twhoz (in het bijzonder art. 11 lid 2 daarvan Pro).
derde middelklaagt tevergeefs dat het hof in rov. 8 is voorbijgegaan aan essentiële stellingen. De onder a genoemde stelling dat de volledige huurachterstand inmiddels was ingelopen, noemt het hof in rov. 7 (nl. dat [eiser] in februari 2013 € 7.020,- aan SBWE heeft nabetaald) en het kwalificeert in rov. 8 de te late betaling als een schending van een hoofdverbintenis.
vierde middelkomt voorts op tegen het oordeel in rov. 7 dat het een feit van algemene bekendheid is dat er ernstige risico's zijn verbonden aan een hennepkwekerij. Dit oordeel is voorbehouden aan de feitenrechter en niet onbegrijpelijk.