Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, zonder straf of maatregel op te leggen. Namens verdachte werd beroep in cassatie ingesteld met het middel dat het hof ten onrechte geen beslissing nam op een voorwaardelijk verzoek om een getuige-deskundige te horen of nader onderzoek te doen.
De raadsman van verdachte had tijdens de terechtzitting in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek gedaan om psychologe drs. I.D. Kalinitsch als getuige-deskundige te horen, of een onafhankelijke deskundige aan te wijzen voor onderzoek van verdachte. Dit verzoek was afhankelijk gesteld van het scenario dat het hof neigde tot veroordeling of meer onderbouwing verlangde.
Het hof heeft verdachte veroordeeld, waardoor het verzoek in feite ontvankelijk werd, maar heeft geen uitdrukkelijke beslissing genomen op het verzoek. Dit verzuim leidt volgens de Hoge Raad tot nietigheid van het arrest. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande beroep, inclusief het voorwaardelijke verzoek.
Daarnaast merkt de Hoge Raad ambtshalve op dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure is overschreden, hetgeen bij een eventuele verwijzing in de vervolgprocedure moet worden betrokken. De overige middelen worden niet besproken omdat de vernietiging op het procedurele verzuim is gebaseerd.