ECLI:NL:PHR:2015:384
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in Antilliaanse strafzaak wegens niet tijdig indienen middelen
In deze Antilliaanse strafzaak werd verdachte door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete wegens een subsidiaire overtreding van de Landsverordening melding ongebruikelijke transacties.
Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte stelden cassatieberoep in. Het Openbaar Ministerie diende hun schriftuur met middelen van cassatie niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van één maand na aanzegging in, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. Ook de verdachte diende zijn schriftuur niet binnen de termijn van twee maanden na betekening van de aanzegging in, waardoor ook hij niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Hoge Raad concludeert daarom dat beide partijen niet-ontvankelijk zijn in hun cassatieberoepen, waardoor het vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Zowel het Openbaar Ministerie als de verdachte worden niet-ontvankelijk verklaard in hun cassatieberoepen wegens het niet tijdig indienen van middelen.