Conclusie
Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
“onverminderd diens bevoegdheid om de krachtens dit artikel te zijnen laste komende kosten te verhalen op dengene, die volgens de wet daarvoor aansprakelijk is.”
( [2] )Om in een onder de Wrakkenwet vallend geval van een onrechtmatige daad te kunnen spreken is vereist niet alleen dat er inbreuk op het eigendomsrecht van de Staat wordt gemaakt, doordat een aan een ander toebehorend voorwerp in een aan de Staat toekomend water strandt, zinkt of vastraakt en die ander niet aanstonds voor verwijdering van het betrokken voorwerp zorg draagt, maar in beginsel ook dat de gevaren, die aan de aanwezigheid van het voorwerp in het vaarwater zijn verbonden, zo groot zijn dat zij de beheerder nopen tot maatregelen zoals verwijdering.
( [3] )De (geschiedenis van de) Wrakkenwet brengt niet mee dat toerekening van de onrechtmatige daad aan de eigenaar van het aanwezige voorwerp alleen kan plaats vinden in de gevallen waarin van de onrechtmatige gebeurtenis aan de eigenaar een verwijt is te maken wegens opzet of schuld. Ook wanneer aan de eigenaar van het voorwerp, waarmee onrechtmatig inbreuk op het eigendomsrecht van de Staat wordt gemaakt, hiervan geen verwijt valt te maken, kan naar de maatschappelijke opvattingen de onrechtmatige inbreuk aan hem worden toegerekend.
( [4] )