ECLI:NL:PHR:2015:437
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens innerlijke tegenstrijdigheid bewezenverklaring opzetheling
Verdachte is door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het maken van een gewoonte van opzetheling en het handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het Hof stelde dat verdachte tussen 22 december 2009 en 5 november 2012 meerdere malen digitale camera's, sieraden, horloges, telefoons, autosleutels, geheugenkaarten en kentekenbewijzen in bezit had waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen.
De Hoge Raad stelt dat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig is omdat het 'redelijkerwijs moeten vermoeden' niet verenigbaar is met het vereiste van opzetheling, maar eerder duidt op schuldheling. Uit de bewijsmiddelen volgt bovendien niet dat verdachte wist of voorwaardelijk opzet had ten tijde van het verwerven van de goederen.
De Hoge Raad concludeert dat het arrest voor wat betreft het onder 1 bewezenverklaarde niet in stand kan blijven en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof voor hernieuwde berechting. Overige aangevoerde gronden worden buiten beschouwing gelaten omdat het middel reeds slaagt op de innerlijke tegenstrijdigheid.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd wegens innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.