Conclusie
Het hof hecht weinig waarde aan de verklaring van de verdachte dat hij toentertijd in een zilvergrijze, en niet in een zwarte auto reed en dat hij dus niet de dader kan zijn. Het Nuon-team dat toen in Gorinchem werkte beschikte naast een grijze ook over een zwarte auto, gelijkend op de auto die het slachtoffer heeft beschreven; het is naar het oordeel van het hof heel goed mogelijk dat de verdachte aan het einde van de dag, samen met collega's, in deze zwarte auto heeft gezeten, mogelijk nadat hij is overgestapt uit een andere auto. Gelet op de aangifte stelt het hof vast, dat het ervoor moet worden gehouden dat de verdachte ten tijde van de diefstal in elk geval wel in de door het slachtoffer beschreven auto zat.
eerste middelhoudt in dat bewijsmiddel 1a, de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, niet redengevend is voor de bewezenverklaring en voorts niet verenigbaar is met de bewijsoverwegingen van het Hof.
tweede middelklaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat Nuon ook een zwarte auto had, terwijl het Hof ook niet heeft aangegeven waaraan het dit gegeven heeft ontleend.
derde middelhoudt in dat het hof heeft verzuimd te motiveren waarom het is voorbijgegaan aan het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdachte dat verdachte niet voldoet aan het door aangever gegeven signalement.
.”
vierde middelklaagt dat de bewezenverklaring voor wat betreft het medeplegen onvoldoende met redenen is omkleed omdat daaruit niet blijkt wie van de drie in de zwarte auto zich bevindende personen het geld uit de portemonnee van aangever heeft gehaald en dus niet duidelijk is of tussen deze personen sprake is geweest van zo bewust en nauw samenwerken dat van medeplegen van de bewezenverklaarde diefstal kan worden gesproken.
vijfde middelklaagt dat het door de aangever genoemde rekeningnummer [002]. (bewijsmiddel 3) en het in bewijsmiddel 6 genoemde bankrekeningnummer [002] niet overeenkomen.