Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
kansspelbelastingter zake van speelautomaten
vanaf1 juli 2008 in strijd is met het eigendomsgrondrecht als bedoeld in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. In déze zaak gaat het erom of de Nederlandse heffing van
omzetbelastingter zake van kansspelautomaten
vóór1 juli 2008 in strijd is met de Europese (omzetbelasting)regelgeving en/of met het beginsel van fiscale neutraliteit.
2.De feiten
3.Geding in feitelijke instanties
Het Hof onderkent dat er verschillen zijn qua minimale en maximale inzet. (…) Belanghebbende heeft gesteld, en het Hof acht (…) aannemelijk, dat de gemiddelde consument bescheiden bedragen inzet bij het roulettespel. Dit wordt ook bevestigd door het door belanghebbende geciteerde jaarverslag 2004 van HC. Het Hof heeft geen reden om aan te nemen dat dit in latere jaren anders is. Naar het oordeel van het Hof is het dan ook niet juist om te kijken naar de beperkte groep, veelal professionele, spelers die grote bedragen plegen in te zetten. Het Hof is dan ook van oordeel dat voor de gemiddelde consument de omvang van de inleg niet wezenlijk verschilt bij het roulettespel, dat bij belanghebbende kan worden gespeeld, en het roulettespel dat bij HC wordt gespeeld. Vervolgens komt de vraag aan de orde of het verschil in interactie tussen speler en kansspelautomaat enerzijds en de interactie aan een roulettetafel anderzijds zodanig is, dat een verschillende behandeling voor de heffing van omzetbelasting niet in strijd is met het neutraliteitsbeginsel. Het Hof beantwoordt ook die vraag ontkennend. Daarbij is van belang dat de interactie veelal plaatsvindt tussen de spelers onderling aan een tafel (bij HC) respectievelijk rond de multiplayer (bij belanghebbende). Het Hof is van oordeel dat die vorm van interactie veelal vergelijkbaar is. Bij de roulettetafel is er daarnaast sprake van een vorm van interactie met de croupier, welke interactie ontbreekt bij de kansspelautomaten. Het Hof is van oordeel dat deze vorm van interactie beperkt is. De croupier geeft aan dat en tot welk moment kan worden ingezet en zorgt voor de uitbetaling. Anders dan bij de hierna de bespreken andere kansspelen is geen sprake van het spelen tegen de bank. Daarnaast heeft te gelden dat een dergelijke vorm van interactie ontbreekt bij de Multi Roulette, die bij HC kan worden gespeeld. Ten aanzien van die vorm van roulette wordt de omzet die daarmee wordt gegenereerd vrijgesteld van omzetbelasting. Het Hof is van oordeel dat de beperkte vorm van interactie niet dusdanig is dat deze bepalend is voor de keuze van de gemiddelde consument.
4.Het geding in cassatie
5.Speelautomaten en (de uitzondering op) de vrijstelling van omzetbelasting
met uitzondering van(…)
toestellen, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen en premies,daaronder begrepen het recht op gratis verder te spelen (speelautomaten);”
Slechts met de nieuw opgenomen uitdrukkelijke uitschakeling van speelautomaten uit het fiscale kansspelbegrip wordt een wijziging beoogd, doch deze wijziging is van ondergeschikt belang. Zij strekt er nl. slechts toe duidelijk te maken dat speelautomaten onder de omzetbelasting en niet onder de kansspelbelasting vallen, ook indien zij — hetgeen overigens verboden was en blijft — zodanig zouden zijn geconstrueerd dat de speler geen overwegende invloed kan uitoefenen op het verwerven van een prijs.” [25]
steeds meer speelautomaten op de markt gebracht, waarbij het kansspelkarakter is gaan overwegen ten koste van het behendigheidskarakter’. [27] Dit vormde aanleiding de Wet op de kansspelen te herzien door een afzonderlijk regime voor speelautomaten te introduceren. Dat regime betrof álle speelautomaten, zowel kansspelautomaten (in de parlementaire stukken ook wel aangeduid als ‘gokautomaten’) als behendigheidsautomaten. [28]
speelautomaten waarmee niet bewijsbaar kansspel wordt bedreven’ en
‘(versluierde) kansspelautomaten’ [29] sluit ik niet uit dat het op-één-hoop-gooien van alle speelautomaten te maken had met de omstandigheid dat onderscheid tussen kansspel- en behendigheidsautomaten (of de controle daarop) destijds moeilijk te maken was. [30] Voor de staatssecretaris van Financiën vormde de wijziging van de Wet op de kansspelen echter geen aanleiding om het belastingregime voor speelautomaten – heffing van omzetbelasting, geen kansspelbelasting – te wijzigen. [31] Wel leidde de toelating van gelduitkerende (kansspel)automaten tot het vaststellen van een beleidsbesluit waarin werd uiteengezet hoe de maatstaf van omzetbelastingheffing kon worden bepaald. [32]
Ten tijde van de vormgeving van deze wetgeving (1964) was het onderscheid tussen kansspelautomaten en behendigheidsautomaten moeilijk te maken. Vanuit het oogpunt van fiscale gelijkheid is het echter niet logisch kansspelen op automaten anders te behandelen dan kansspelen die in een casino op tafel worden gespeeld. Inmiddels kan het onderscheid wél worden gemaakt, daarom worden de kansspelautomaten met ingang van 1 januari 2009 [33] onder de kansspelbelasting gebracht. Het omzetbelastingregime is daarmee niet langer van toepassing op deze automaten. Daardoor ontstaat voor kansspelen een consistenter en neutraler regime: alle kansspelen onder de kansspelbelasting en geen onderscheid tussen een casinospel op tafel of op een automaat. Deze maatregel is tevens onderdeel van een lastenverschuiving.” [34]
allekans- en geldspelen aan BTW mag onderwerpen.”
lidstaten over een ruime beoordelingsvrijheid beschikken om de betrokken handelingen vrij te stellen of te belasten, aangezien zij aan de vrijstelling voorwaarden en beperkingen kunnen stellen.
bevat artikel 135, lid 1, sub i, van (…) [de btw-richtlijn] niets waaruit kan worden afgeleid dat de gemeenschapswetgever enigerlei kwantitatieve beperking wilde invoerenom met name te verzekeren dat ten minste 50% van de in een lidstaat georganiseerde en geëxploiteerde kans- en geldspelen of ten minste 50% van de daaruit verkregen omzet onder de in dit artikel bedoelde btw-vrijstelling valt.
Met de erkenning van deze bevoegdheid heeft de gemeenschapswetgever de lidstaten immers niet toegestaan, inbreuk te maken op het beginsel van fiscale neutraliteit, dat aan de Zesde richtlijn ten grondslag ligt.” [48]
met elkaar in concurrentie staan.” [50]
soortgelijke goederen of diensten, die dus met elkaar concurreren, uit het oogpunt van de BTW ongelijk worden behandeld (…)” [52]
die vrijstelling niet op goede gronden afhankelijk kunnen stellen van de identiteit van de uitbater van die spelen en automaten.”
zij overeenkomstige eigenschappen vertonen en aan dezelfde behoeften van de consument voldoen – waarbij het vergelijkbare gebruik de maatstaf is – en wanneer de verschillen die zij vertonen de beslissing van de consument om van de ene of van de andere dienst gebruik te maken niet aanmerkelijk beïnvloeden(zie in die zin arrest van 3 mei 2001, Commissie/Frankrijk, reeds aangehaald, punt 27, en, naar analogie, arresten van 11 augustus 1995, Roders e.a., C‑367/93–C‑377/93, Jurispr. blz. I‑2229, punt 27, en 27 februari 2002, Commissie/Frankrijk, C‑302/00, Jurispr. blz. I‑2055, punt 23).”
beschikbare formats en de mogelijke interactie tussen speler en de gokautomaat’ niet meer terugkomt: in het dictum (en in punt 58 van het arrest) wordt alleen nog gesproken over het in de beschouwing betrekken van ‘de minima en de maxima van de inzet en de kansen om te winnen’.
daadwerkelijksprake is van mededinging tussen de betrokken diensten of verstoring daarvan wegens het verschil in behandeling (zie punt 30 van het arrest Rank).
De oordelen van het Hof omtrent het fiscale lot van belanghebbendes speelautomaten
nietgeoordeeld dat het Nederland niet vrij stond om kansspelautomaten uit te zonderen van de omzetbelastingvrijstelling. Daarmee faalt het eerste cassatiemiddel van belanghebbende.
bepaaldeautomaten- en casinospelen, waarbij niet helemaal duidelijk is of die vergelijking uitputtend is in die zin dat daarmee alle spelen op de kansspelautomaten van belanghebbende zijn behandeld. Het lijkt er overigens op dat dit niet het geval is. In haar pleitnota voor de tweede mondelinge behandeling van de zaak door het Hof op 13 juni 2014 heeft belanghebbende (punt 2.6) gesteld dat ook niet-roulettespelen ‘zoals fruitautomaten, poker, black jack, bingo etc., welke allen zowel als singleplayer en als multiplayer kunnen voorkomen (net als overigens roulette ook als singleplayer kan voorkomen’ onderdeel van het geding zijn. Dit suggereert op zijn minst dat er meer spelen zijn dan blackjack en poker, die het Hof – naast roulette – noemt.
De Multi Roulette [59] is gekoppeld aan een bepaalde speeltafel. Er kunnen bij Multi Roulette meerdere spelers tegelijkertijd via een eigen terminal deelnemen aan het spel.
individueelspeelt. Ik acht niet onbegrijpelijk dat deze vorm van spelen een andere consument trekt dan degene die multiplayer wenst te spelen. In het licht daarvan komt het mij voor dat het Hof – impliciet – met juistheid heeft beslist dat (alleen) de multiplayer roulettespeelautomaten vergelijkbaar c.q. concurrerend zijn met casinoroulette.