Conclusie
deelvonnisafgewezen, in hoger beroep door het Amsterdamse hof toegewezen) en (ii) de vraag of de chauffeur aanspraak kan maken op extra diensten boven het overeengekomen urenaantal en betaling van achterstallig loon voor niet gewerkte extra uren (een claim die de kantonrechter deels toewijsbaar achtte, maar het hof niet).
1.Feiten en procesverloop
achterstallig salaris
2.Bespreking van het cassatieberoep
niet deugdelijk gemotiveerdheeft
weersproken. Daarbij geeft het hof aan dat het (lees: enkele) verweer dat de door Connexxion overgelegde verklaringen afkomstig zijn van Connexxion-medewerkers, niet voldoende is om die voor onwaar te houden. Daarmee is het verweer van [eiser] door het hof inhoudelijk besproken, wat overigens een feitelijk oordeel oplevert. Onbegrijpelijk is dat helemaal niet, omdat [eiser] inderdaad niet inhoudelijk op de gedetailleerde verklaringen van Connexxion-zijde is ingegaan.
voldoende gemotiveerde betwistingdoor [eiser]. Dat blijft steken in de stelplichtfase en na het oordeel onvoldoende gemotiveerde betwisting kom je niet aan bewijslevering toe. Art. 150 Rv Pro is niet onjuist toegepast en onbegrijpelijk is er niets aan deze wijze van afdoen. Onderdeel 1.1.4 faalt.
nietin het dictum. Volgens rov. 34 heeft [eiser] voorshands aannemelijk gemaakt dat hij wel recht had op de toeslag, waarop Connexxion in de gelegenheid is gesteld tegenbewijs te leveren (dictum onder VI) en [eiser] is gelast zijn vordering op dit punt te specificeren. Geen eindbeslissing over deze kwestie dus, zodat daarvan geen appel open stond. Dat viel daarom buiten de rechtsstrijd in hoger beroep, zodat het hof met recht kon oordelen dat incidentele grief III faalde. Middel II is ook voor zover dat ziet op incidentele grief III gebaseerd op een onjuiste lezing van het arrest. Alle klachten falen.