Conclusie
eerste middelklaagt dat de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring niet kunnen dragen. In de toelichting is daartoe aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen wat de betrokkenheid van verdachte zou zijn geweest, welke rol hij zou hebben gehad, waarom dit medeplegen zou opleveren en dat er sprake zou zijn van “boos opzet”. Nu deze klacht op geen enkele wijze is onderbouwd, kan het betoog niet als een cassatiemiddel in de zin van de wet gelden. Er kan immers niet worden gesproken van een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door het Hof. [2] De klacht dient derhalve onbesproken te blijven.
tweede middelklaagt dat het Hof niet heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk gemotiveerd bewijsverweer en het daarmee samenhangende verzoek tot reconstructie ten onrechte, althans onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd, heeft afgewezen.
“RECONSTRUCTIE
“RECONSTRUCTIE:
Telecomgegevens
Conclusie:
Alternatief scenario en verzoek om reconstructie
in de aanvullende schriftuur opgenomen middelklaagt dat zich bij de op de voet vanart. 434 art. 434 Sv Pro aan de Hoge Raad gezonden stukken niet bevinden de ter terechtzitting van het Hof van 24 januari 2014 door de verdediging aan het Hof overgelegde stukken, te weten een aantal uitdraaien van google maps en foto’s van de plek waarover verdachte heeft verklaard dat hij de ladder daar gestald had, hetgeen heeft te leiden tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak. Voornoemde stukken, welke zijn overgelegd ter onderbouwing van het bewijsverweer en het (herhaalde) verzoek tot reconstructie, vormen immers een wezenlijk onderdeel van het pleidooi, aldus de steller van het middel.
derde middelwordt gepresenteerd in de sleutel van een ontoereikende reactie op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging strekkende tot vrijspraak wegens het ontbreken van causaliteit en opzet. Het Hof heeft, kort gezegd, geoordeeld dat verdachte en diens medeverdachte het slachtoffer hebben gekneveld, diens mond hebben dichtgeplakt en zijn neus hebben dichtgeknepen, waarmee het opzet van de verdachte(n) op de dood van het slachtoffer gegeven is en de dood van het slachtoffer ook aan hen kan worden toegerekend. [4] Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en behoeft geen nadere motivering. Voor zover in de toelichting op het middel afzonderlijk wordt bedoeld te klagen dat het oordeel van het Hof dat verdachte en zijn medeverdachte de neus van het slachtoffer hebben dichtgeknepen niet afdoende uit de bewijsvoering van het Hof kan worden afgeleid, kan het middel evenmin tot cassatie leiden. Het door het Hof in zijn bewijsoverweging, zoals hieronder opgenomen onder 23, genoemde deskundige verslag van het NFI van 10 november 2011, het op het doekje aangetroffen DNA-mengprofiel van [medeverdachte 2] en van het slachtoffer en tapgesprek 678 in onderling verband en samenhang bezien [5] , kunnen het oordeel van het Hof dat verdachte en zijn medeverdachte de neus van het slachtoffer hebben dichtgeknepen dragen.
vierde middelklaagt over de (motivering van de) bewezenverklaring van de subsidiair aan de verdachte tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag. Aangevoerd is, kort gezegd, dat de bewezenverklaring en de bewijsmotivering niet met elkaar zijn te verenigen, nu naar het oordeel van het Hof het dichtknijpen van de neus van het slachtoffer de cruciale gedraging was die tot de dood van het slachtoffer heeft geleid, terwijl deze handeling niet is tenlastegelegd. Het Hof heeft de grondslag van de tenlastelegging verlaten en verdachte veroordeeld voor iets anders dan hem was tenlastegelegd.
vijfde middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd het door de verdediging gedane verzoek tot het horen van de getuige-deskundige heeft afgewezen.
“GETUIGE-DESKUNDIGE
“GETUIGE-DESKUNDIGE:
'Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] zijn bevindingen vastgesteld die passen bij een overlijden door verstikking door het afplakken van de mond (‘belemmering van de luchtwegen’)
passenbij een overlijden, maar wij lezen hier aldus niet dat onomstotelijk vaststaat dat deze vermeende handelingen ook daadwerkelijk tot het overlijden van het slachtoffer hebben geleid. Wij willen de getuige-deskundige bevragen wat de kans is dat iemand overlijdt door het afplakken van de mond en het vrijlaten van de neus.