Conclusie
middelklaagt over de (motivering van de) bewezenverklaring van de als feit 1 subsidiair aan de verdachte tenlastegelegde gekwalificeerde doodslag.
Parket bij de Hoge Raad
Op 19 juni 2011 werd het slachtoffer in zijn woning te Zeist door verdachte en een mededader vastgebonden met tie raps en duct tape, waarbij ook de mond en neus werden dichtgeplakt, wat leidde tot verstikking en overlijden. Het hof stelde vast dat deze handelingen met opzet werden verricht met het oogmerk de uitvoering van een voorgenomen diefstal te vergemakkelijken en straffeloosheid te verzekeren.
Het hof baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder een deskundigenrapport van het NFI, DNA-sporen op duct tape bevestigd op een ladder, en afgeluisterde gesprekken waarin verdachte en een medeverdachte openlijk spraken over het doden van het slachtoffer. De bewezenverklaring omvatte het vastbinden van handen en voeten en het dichtplakken van de mond, terwijl het dichtknijpen van de neus wel in de bewijsoverwegingen werd meegenomen maar niet expliciet in de bewezenverklaring.
Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was omdat het dichtknijpen van de neus als cruciale handeling ontbrak in de bewezenverklaring. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad was dat dit geen reden tot cassatie vormt, mede omdat het hof deze handeling wel in haar overwegingen heeft betrokken en een hernieuwde behandeling in hoger beroep tot aanpassing van de tenlastelegging zal leiden.
Het hof legde een gevangenisstraf van 15 jaren op met aftrek van voorarrest en veroordeelde verdachte tevens voor het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Daarnaast werd onttrekking aan het verkeer van bepaalde voorwerpen bevolen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van de benadeelde partij.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard; hofveroordeling tot 15 jaar gevangenisstraf blijft in stand.