ECLI:NL:PHR:2015:69

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 januari 2015
Publicatiedatum
17 februari 2015
Zaaknummer
14/04701
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 27 SrArt. 457 SvArt. 472 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor overtreding wapens en munitie

De aanvrager werd bij vonnis van de Politierechter te Amsterdam op 17 maart 2006 veroordeeld wegens handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Deze veroordeling betrof feiten gepleegd op 4 mei 2005. De veroordeling werd onherroepelijk.

Later diende de aanvrager een aanvraag tot herziening in op grond van een ernstige verdenking van persoonsverwisseling. Uit een proces-verbaal van de politie, opgesteld na een aangifte van de aanvrager in 2014, bleek dat hij niet de persoon was die destijds door de politie als verdachte was aangehouden en vervolgd. Dit was vastgesteld aan de hand van dactyloscopische gegevens, foto’s en een rijbewijs.

De Hoge Raad oordeelde dat de aanwijzingen voor persoonsverwisseling overvloedig aanwezig waren en verklaarde de aanvraag tot herziening gegrond. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting conform artikel 472, tweede lid, Sv.

De procedure illustreert het belang van correcte persoonsidentificatie in strafzaken en de mogelijkheid tot herziening bij nieuwe feiten die de onschuld kunnen aantonen.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 14/04701 H
Zitting: 13 januari 2015
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. De aanvrager is onder parketnummer 13-447382-05 bij vonnis van de Politierechter uit de Rechtbank Amsterdam van 17 maart 2006 wegens (feit 2) “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III” en “Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie” veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Sr Pro. De bewezenverklaarde pleegdatum en pleegplaats is 4 mei 2005 te Amsterdam. Dit arrest is onherroepelijk geworden. [1]
2. Namens de aanvrager heeft mr. H. Seton, advocaat te Amersfoort, een aanvraag tot herziening van dat arrest ingediend. Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro kan als grondslag voor een herziening dienen een gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met de vroeger geleverde bewijzen met de uitspraak niet bestaanbaar schijnt, zodanig dat het ernstige vermoeden ontstaat dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid, hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
3. Volgens de aanvraag bestaat er een ernstig vermoeden dat indien de rechter bekend zou zijn geweest met het feit dat verzoeker niet de persoon was die de politie destijds als verdachte heeft aangehouden voor de bewezenverklaarde feiten en waartegen het OM vervolging is gestart, dit zou leiden tot vrijspraak.
4. Het vonnis van de Politierechter is bij verstek gewezen. Op 4 februari 2014 heeft aanvrager op het politiebureau te Amersfoort aangifte gedaan van het bij het bevoegde gezag opgeven van een valse naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats. In verband daarmee is door [verbalisant], brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland, een proces-verbaal opgemaakt dat is gesloten op 27 mei 2014. De conclusie van dat proces-verbaal is dat aangever [A] niet de persoon is die zich ten overstaan van de politie in 2005 noemde [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats], de Franse nationaliteit hebbende, zoals vermeld in het proces-verbaal nr. PL134C Politie Amsterdam Amstelland, District 5, 2005106259 inzake misdrijven als bedoeld in artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie, gepleegd op 4 mei 2005. Deze conclusie is kort samengevat gebaseerd op vergelijking van dactysporen, foto’s en een rijbewijs. Het proces-verbaal vermeldt vervolgens de identiteit van de indertijd aangehouden verdachte, niet zijnde de aanvrager.
5. De aanwijzingen voor de persoonsverwisseling zijn overvloedig aanwezig. Dat betekent dat de aanvraag tot herziening gegrond moet worden verklaard.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.De mededeling uitspraak is op 18 juni 2012 in persoon uitgereikt aan een persoon die zich [aanvrager] (geboren [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats]) noemt en die zich legitimeerde met een genummerd Frans Paspoort. Uit dat nummer is af te leiden dat het gaat om het paspoort van aanvrager (zie blad 4 productie 2 van de aanvraag). Naar ik verder begrijp is aanvrager op 23 februari 2013 aangehouden op Schiphol. Vervolgens zijn blijkens een uittreksel uit de Justitieel Documentatie van 12 maart 2014 aansluitend aan de aanhouding de 90 dagen vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd.