Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1van het middel keert zich tegen het oordeel van het hof in rov. 16.4.2 van het bestreden arrest dat de schade aan de tomaten voor rekening van [eiseres] komt omdat niet kan worden uitgesloten dat de schade tijdens het transport van de tomaten van [vestigingsplaats] naar Moskou is ontstaan. Volgens het middel heeft het hof hiermee een rechtens onjuist of een onbegrijpelijk oordeel gegeven, omdat [eiseres] in de procedure gesteld heeft dat de tomaten reeds bij de levering te [vestigingsplaats] non-conform waren aangezien zij behept waren met een verborgen gebrek bestaande uit ziektekiemen die hun oorsprong vinden in het oogsten en de productie van de tomaten in Marokko. Indien vast komt te staan dat de tomaten reeds vóór de levering in [vestigingsplaats] beschadigd waren, komt de schade op grond van art. 69 Weens Pro Koopverdrag voor rekening van Primar. De juistheid van deze essentiële stelling is door het hof ten onrechte in het midden gelaten, aldus het middel.
uitsluitendhet gevolg zou kunnen zijn van ziekte, leeftijd, of het onvoldoende in acht nemen van een egale koeling, maar heeft overwogen dat een later gebrek zijn oorzaak
kanvinden in de genoemde omstandigheden.