Conclusie
middelklaagt dat het bewezenverklaarde niet uit de gebezigde bewijsvoering kan worden afgeleid.
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het afleggen van een valse verklaring onder ede bij de rechter-commissaris in een strafzaak. De tenlastelegging betrof verklaringen die verdachte op 19 augustus 2011 en 6 december 2011 in Almelo zou hebben afgelegd.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs onvoldoende is gemotiveerd. De processen-verbaal waarin de beëdiging van verdachte zou zijn vastgelegd, ontbreken in het dossier. De verklaring van verdachte zelf dat hij onder ede is gehoord, is onvoldoende om te bewijzen dat de eed op de wettelijk voorgeschreven wijze is afgelegd. Ook blijkt niet dat sprake was van een situatie waarin een verklaring onder ede wettelijk vereist is.
Verder is niet aantoonbaar dat verdachte opzettelijk vals heeft verklaard. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd wegens ontoereikende bewijsmotivering en de zaak is terugverwezen naar het hof.