Conclusie
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens opzetheling van een kluis die uit een woning in Overloon was gestolen. De kluis werd aangetroffen op de achterbank van een Mercedes-Benz waarin verdachte zat tijdens een wilde politieachtervolging.
De verdediging voerde aan dat verdachte door overmatig drank- en drugsgebruik in een diepe slaap was gevallen en zich niet bewust was van de aanwezigheid van de kluis in de auto. Het hof oordeelde dat verdachte zich kort voor het tot stilstand komen van de auto bewust moest zijn geweest van de kluis en dat zijn vluchtgedrag duidde op voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad stelt dat het kortdurend bewust zijn van de kluis onvoldoende is voor het vereiste feitelijke zeggenschap of het kunnen beschikken over het goed, zoals vereist voor 'voorhanden hebben' in de zin van artikel 416 Sr Pro. Ook acht de Hoge Raad onvoldoende bewezen dat verdachte de aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard dat het goed van misdrijf afkomstig was. Bovendien is het feit niet in Overloon gepleegd als verdachte zich pas later bewust werd van de kluis.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Tevens is een klacht over overschrijding van de redelijke termijn geuit, maar deze behoeft geen bespreking gezien de vernietiging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van opzetheling.