Conclusie
Team10 B.V.,
[verweerster 2],
[verweerster 3],
[verweerster 4],
Middel Iricht zich tegen het bij 4 onder (i) bedoelde oordeel. Het betoogt in de kern dat een vonnis in kort geding naar aard en (rechts-)karakter geen kracht van gewijsde krijgt. Deze klacht faalt. Een vonnis dat ‘kracht van gewijsde’ heeft verkregen is een vonnis waartegen geen gewone rechtsmiddelen meer openstaan en dat derhalve niet meer kan worden aangetast door één van deze rechtsmiddelen (verzet, hoger beroep of cassatie). Er is dan sprake van een onherroepelijk vonnis. Die uitspraak bepaalt dan de rechtsbetrekking tussen partijen. Dit geldt ook voor een vonnis in kort geding. Nu tegen bedoeld kortgedingvonnis van 5 april 2013 geen hoger beroep is ingesteld heeft het hof terecht geoordeeld dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. [3]
Middel IIbouwt voort op middel I en ziet op het bij 4 onder (iv)-(vi) bedoelde oordeel. Het betoogt in de kern dat het hof geen rekening heeft gehouden met veranderde omstandigheden. Deze klacht deelt in het lot van middel I. Dit geding betreft in zoverre een geschil over de tenuitvoerlegging van het in kracht van gewijsde gegane vonnis van 5 april 2013 waartegen geen inhoudelijke bezwaren meer kunnen worden aangevoerd. Een uitleg van de stellingen van partijen is bovendien voorbehouden aan het hof en kan in cassatie niet worden overgedaan. Het oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde, in het licht van de stellingen van partijen, geen nadere motivering.
Middel IIIis klaarblijkelijk gericht tegen rov. 3.6.3 waarin het hof overweegt dat door [eiser] niet zodanig aannemelijk is gemaakt dat het klantenbestand, het trainersbestand en de trainingsmethode Team10 zijn aan te merken als werk in de zin van de auteurswet dat een op een auteursrecht gegrond verbod om daarop inbreuk te maken in het kader van dit kort geding voor toewijzing in aanmerking komt. Het middel betoogt in de kern dat er wel sprake is van auteursrechtelijk beschermd werk. De klacht faalt. Het betreft hier een feitelijk oordeel dat is voorbehouden aan de feitenrechter en dat in cassatie niet op juistheid kan worden getoetst. In het licht van de stellingen van partijen behoefde dit oordeel geen nadere motivering.