Conclusie
1.Feiten
3.Bespreking van het middel
onderdeel 2is, naar ik begrijp, gestoeld op stellingen die erop neerkomen dat [eiser] creatief gebruik wilde maken van overheidsvoorzieningen.
gehoudenom, zonder dat [eiser] daarop – eventueel door middel van een concrete verwijzing naar eerdere stellingen – beroep deed te gaan grasduinen in het dossier om te bezien of daarin wellicht een
feitelijke basis(als door het onderdeel genoemd) was te vinden voor [eiser] beroep op dwaling. Het onderdeel vindt m.i. hierin zijn Waterloo.
naar alle waarschijnlijkheidzou worden afgewezen; mocht [eiser] niettemin in aanmerking kunnen komen voor gefinancierde rechtsbijstand, dan was SSA niet bereid hem op die basis kunnen bijstaan. Voor het geval [eiser] “meer wil weten”, adviseert SSA hem zich met de Raad voor Rechtsbijstand (www.rvr.org) in verbinding te stellen. ’s Hofs oordeel kan zo worden begrepen dat in het licht van de slagen die SSA om de arm houdt én de betwisting van SSA dat [eiser] voor kosteloze rechtsbijstand in aanmerking kwam, door [eiser] onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat sprake was van onjuiste informatie. [4]