Conclusie
“medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”,2.
“medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit”, 4.
“handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”en 5.
“opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld bij artikel 40 van Pro de Geneesmiddelenwet”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, waarvan 14 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts bevat het arrest enkele bijkomende beslissingen.
eerste middelklaagt over de motivering van de bewezenverklaring van de feiten 1 en 2. Aangevoerd wordt dat uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer, kan volgen dat de op 18 augustus 2009 inbeslaggenomen (ongeveer) 436 kg amfetaminepasta afkomstig is geweest uit de loods te Stellendam. Aldus zijn de bewezenverklaringen, voor zover die inhouden dat de verdachte de amfetamine voorhanden heeft gehad, onvoldoende met redenen omkleed.
diesms’jes niet voor het bewijs te bezigen. Door hier onder verwijzing naar die sms’jes en de redenering van de advocaat-generaal te oordelen dat de verdachte geen belang heeft bij cassatie zou Uw Raad m.i. al te nadrukkelijk op de stoel van de feitenrechter plaatsnemen.
tweede middelklaagt terecht over de begrijpelijkheid van de bewezenverklaring van feit 2.
derde middelklaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de in de bewezenverklaring bedoelde hoeveelheid poeder bevattende mCPP als een “geneesmiddel” in de zin van de Geneesmiddelenwet kan worden beschouwd.
positief getest op MCCP
vierde middel, dat klaagt over overschrijding van de inzendtermijn, is terecht voorgesteld. Nu het eerste en het tweede middel slagen, kan dit middel naar het mij voorkomt onbesproken blijven.