Conclusie
Overweging met betrekking tot het bewijs
Parket bij de Hoge Raad
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijke brandstichting van een Volkswagen Polo in Amersfoort. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van getuigen, forensisch onderzoek en de aanwezigheid van verdachte en medeverdachte op de plaats van de brandstichting.
De Hoge Raad overweegt dat medeplegen alleen kan worden vastgesteld indien sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking waarbij de bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is. Het hof heeft echter niet vastgesteld welke rol verdachte precies heeft gespeeld in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict en heeft onvoldoende gemotiveerd waarom verdachte als medepleger moet worden aangemerkt.
Bovendien bevatten de bewijsmiddelen tegenstrijdige aanwijzingen over de rol van verdachte, met name over wie de brandbare vloeistof bij zich had en in de auto gooide. De Hoge Raad concludeert dat het hof de bewezenverklaring voor medeplegen onvoldoende heeft onderbouwd en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling in hoger beroep. Tevens wordt opgemerkt dat de redelijke termijn is overschreden, maar dit blijft onbesproken bij vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van medeplegen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.