Conclusie
middelklaagt dat de rechtbank ten onrechte althans onvoldoende gemotiveerd heeft overwogen dat de opgeëiste persoon in geval van schending van het legaliteitsbeginsel na diens uitlevering kan beschikken over een effectief rechtsmiddel. De overwegingen zijn onbegrijpelijk omdat de uitspraken van het Constitutioneel Hof van Bosnië en Herzegovina, waarop de rechtbank een beroep doet, niet worden aangewezen, aldus de steller van het middel.
zonder nadere motivering (die ontbreekt) niet zonder meer begrijpelijk” is omdat de rechtbank niet heeft aangegeven welke zaken het Constitutionele Hof van Bosnië en Herzegovina zou hebben vernietigd na de uitspraak van het EHRM in de zaken Maktouf en Damjanović. Daardoor kan niet worden getoetst hoe die vernietigde zaken zich verhouden tot de zaak van de opgeëiste persoon, aldus de steller van het middel.