ECLI:NL:PHR:2015:974

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2015
Publicatiedatum
30 juni 2015
Zaaknummer
14/03151
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid hoger beroep wegens ontbreken pleitnota en schending procesorde

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep. De verdachte stelde cassatie in tegen deze beslissing. Tijdens het onderzoek in hoger beroep op 10 juni 2014 voerde de raadsman van de verdachte zijn verdediging aan de hand van pleitnotities die aan het hof waren overgelegd.

Echter, deze pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken, waardoor niet kan worden vastgesteld of er verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten zijn gepresenteerd. Pogingen om alsnog een afschrift van de pleitnotities te verkrijgen bleken vruchteloos, omdat deze niet meer beschikbaar zijn.

De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim zo ernstig is dat het strijdig is met een behoorlijke procesorde. Omdat het onherstelbaar is, leidt dit tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof Amsterdam wordt vernietigd wegens ontbreken van de pleitnota, en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 14/03151
Zitting: 12 mei 2015
Mr. E.J. Hofstee
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 juni 2014 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld. Namens de verdachte heeft mr. A.R. Kellerman, advocaat te Amsterdam, middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel klaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 juni 2014 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het Hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden.
4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 10 juni 2014 is aldaar door de raadsman van de verdachte het woord tot verdediging gevoerd aan de hand van zijn pleitnotities die door hem aan het Hof zijn overgelegd.
5. De in dit proces-verbaal vermelde pleitnotities ontbreken bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken. Overeenkomstig het Procesreglement heeft de raadsman van de verdachte bij faxbericht van 19 augustus 2014 tijdig aan de Rolraadsheer verzocht alsnog in het bezit te worden gesteld van een afschrift van deze pleitnotities. Desgevraagd heeft de griffier van het Hof bij brief van 17 oktober 2014 de Hoge Raad bericht dat deze pleitnotities niet op het Hof zijn achtergebleven.
6. Gelet hierop valt niet na te gaan of ter terechtzitting verweren zijn gevoerd of uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren zijn gebracht. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het blijkens bij het Hof ingewonnen informatie onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.
7. Het voorgaande brengt mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG