Conclusie
middelklaagt dat de strafoplegging onbegrijpelijk is, althans dat het hof deze ontoereikend heeft gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor eenvoudige belediging van een bijzondere opsporingsambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening. Het hof legde een gevangenisstraf van één week onvoorwaardelijk en één maand voorwaardelijk op. De advocaat van de verdachte stelde cassatie in tegen de strafoplegging wegens onduidelijkheid en ontoereikende motivering.
De advocaat-generaal concludeerde dat het hof onterecht twee afzonderlijke gevangenisstraffen oplegde voor één strafbaar feit, hetgeen wettelijk niet is toegestaan. De motivering van het hof was onduidelijk over de duur en de verhouding tussen het voorwaardelijke en onvoorwaardelijke deel van de straf. Hoewel het hof mogelijk een gecombineerde straf van 37 dagen met 30 dagen voorwaardelijk bedoelde, ontbrak hiervoor voldoende duidelijke aanwijzing in het arrest.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. De conclusie benadrukt dat een duidelijke en eenduidige strafmotivering essentieel is, en verwijst naar eerdere jurisprudentie over kennelijke vergissingen in strafopleggingen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.